dinsdag 23 augustus 2016

Recycling-kunst in Museum Sjoel

Frans Sellies in zijn computerhoek, met een documentaire over de joodse kunstenares Hanna Oren-Huppert.

Vanaf 1 september exposeert Hanna Oren-Huppert in Museum Sjoel. Elburger Frans Sellies maakte een documentaire over de joodse kunstenares.

Door Margaretha Coornstra


ELBURG – Het filmpje over Hanna Oren-Huppert is niet Sellies’ eerste klus voor de Sjoel. De afgelopen drie jaar maakte hij zo’n tien minidocumentaires, als toelichting bij de exposities. Ook elders in ‘cultureel Elburg’ is hij regelmatig actief. Zo filmde hij in 2015 dramascènes voor de lokale versie van The Passion en was hij in mei 2016 betrokken bij de registratie van het openluchtspel ‘Willem van Oranje’ (een productie van Stichting 8081), die binnenkort op dvd verschijnt.
Hoewel Frans Sellies fotografie en filmen louter als hobby ziet, levert hij gedegen werk. “Dat komt door mijn baan aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Ik was daar werkzaam bij de opleiding Journalistiek.”
Wel beperkt hij zich tot kleine projecten, stelt hij met nadruk: “Het moet afzienbaar blijven. En ik moet echt voeling met het thema hebben, of met de persoon die ik daarover interview. Wanneer ik vooraf informatie zoek op internet, vorm ik me een beeld van het onderwerp. En heb ik daar geen affiniteit mee, dan begin ik er ook niet aan.”

Met de joodse kunstenares Hanna Oren-Huppert voerde Frans Sellies een geanimeerd gesprek. Een bewogen én beweeglijke vrouw, constateert hij:  “Als ze niet aan het boetseren is, zit ze wel de klei van haar handen te schrapen of druk te gebaren terwijl ze praat. Maar wat me vooral opviel, was hoezeer de titel van de Sjoel-expositie, ‘Onderweg’, van toepassing is op haar eigen leven.”

Eigenlijk begon dat al bij haar geboorte, die ‘onderweg’ plaatsvond: in de trein die haar gevluchte (want joodse) ouders in 1946 van Rusland naar Polen bracht. Diverse reizen volgden. In 1949 emigreerde de kleine Hanna met haar ouders naar Israël. Dat leek definitief; ze groeide er op, doorliep haar militaire dienst en studeerde sociologie. Ze promoveerde echter in Nederland, keerde terug naar Israël, maar kreeg daar steeds meer moeite met het politieke klimaat.
“Het was niet meer ons kleine Israël, het was een groot Israël geworden. Maar ik had een eigen mening. En daarmee behoorde ik tot een minderheid,” formuleert ze voorzichtig in een videofragment. Sellies: “Vanwege die politiek kon ze uiteindelijk toch niet meer aarden in Israël en kwam met haar gezin naar Nederland.”

Mede door haar eigen familiegeschiedenis is Hanna Oren-Huppert intens begaan met oorlogsslachtoffers en vluchtelingen. “Dat zie je steeds terug in haar werk,” zegt Frans Sellies. “Begrijpelijk, want haar eigen leven heeft ook iets van een voortdurend vluchten. Hanna lijkt steeds onderweg, alsmaar bezig om dingen achter zich te laten.”


Expositie in de Sjoel Elburg

Hanna Oren-Huppert (1946) promoveerde aan de Universiteit Utrecht als medisch sociologe. Sinds 1985 ontwikkelde ze zich tot autodidact beeldend kunstenares. Ze werkt niet alleen met klei, maar maakt ook zogeheten ‘recycling-kunst’ uit schijnbaar waardeloze materialen. Expositie: 1 sept. t/m 7 januari. Zie www.sjoelelburg.nl.


(De Weekkrant, 23-08-2016)

vrijdag 19 augustus 2016

Een rozenboog vol kringlooplapjes


Wekelijks vraagt de Stentor een bekende streekgenoot het hemd van het lijf over financiële kwesties. Vandaag: harpiste Regina Ederveen uit ’t Loo (bij Oldebroek), tevens auteur van een aantal boeken over de geschiedenis van de harp.

Door Margaretha Coornstra

Wat een beeldige vintage theepot!

,,Van de kringloop. Kostte volgens mij 3, 50 euro. Maar ik vind ’m erg leuk. Ik hou wel van een beetje romantisch.”

Ga je regelmatig kringloopwinkelen?

,,Wel vaker dan de gemiddelde persoon, denk ik. Als je een beetje creatief bent, kun je van alles vinden waarmee je voor weinig geld iets totaal nieuws maakt. Ik werk nu aan bloemdecoraties voor een bruiloft. Bij de kringloop vond ik gisteren een lap vitrage die ik daarvoor prima kan gebruiken.”

Wat levert dat op, die bloemdecoraties?

,,Niks. Ik doe dit samen met een kennis, voor het huwelijk van twee Rwandese mensen die elkaar in Nederland hebben leren kennen. We hadden zin om eens feestelijk uit te pakken, met allemaal zelfgemaakte rozen van restlapjes. Ik heb op e-Bay al een rozenboog besteld.”

Ben je over het algemeen zuinig? Met gas en licht bijvoorbeeld?

,,Niet extreem. Net als de meeste mensen gebruik ik spaarlampen en zo. En mijn vorige auto, een Opel Astra, heb ik echt helemaal afgereden. Er stond bijna 500.000 kilometer op de teller.”

Waar geef je het meeste geld aan uit?

,,Aan mijn harpen, bijvoorbeeld deze Lyon & Healy uit 1911. Het bedrag? Nou, laten we zeggen dat je daarvoor best een aardig klein autootje kunt kopen. Zo’n Kia of zo.”

Stel, je moet zuiniger gaan leven. Wat schrap je het eerst?

,,Ik zou eerst minder vaak uit eten gaan. En daarna vallen waarschijnlijk de vakantiereizen af.”

Wat kost bij jou een harples?

,,Ik reken 40 euro per uur exclusief BTW.”

Is harpspelen duur?

,,Wel duurder dan blokfluit, zeker als je pas begint. Een beetje harp kost al gauw 1000 euro.”

Maar een piano is toch niet goedkoper?

,,Zeker niet. En je kunt ook een harp huren, met eventueel een huurkoopregeling. Zo kun je eerst rustig kijken of harpspelen inderdaad iets voor jou is. Het blijft een prijzige hobby, maar ja: wat kost het lidmaatschap van een hockey- of ruiterclub, met hockeysticks en outfits en al? Daar hoor je mensen dan weer niet over.”

Hoe vind jij dat Nederland financieel met muziek omgaat?

,,Die bezuinigingen, hè? Veel musici zien zich zo ongeveer gedwongen om zzp’er te worden. Ik stel ook vast dat zowel in Zwolle als Harderwijk de muziekscholen verdwenen zijn. Dat zijn toch middelgrote provinciesteden. Aan de andere kant: soms ben je met privéles juist voordeliger uit. Ik ken een muziekschool waar ze met strippenkaarten werken. Laatst heb ik uitgerekend dat je daarvoor per uur uiteindelijk meer betaalt dan voor privéles. Dus het is een mythe dat lessen via de muziekschool altijd goedkoper zijn.”

(de Stentor, 19 maart 2016)

vrijdag 5 augustus 2016

Dertig jaar 'Vrienden van Museum Elburg'


Jan van Vuuren: Elburg (aquarel, collectie Museum Elburg)

Door Margaretha Coornstra

ELBURG - Op 6 juni was het feest in Museum Elburg. De restauratie en herinrichting werden uitbundig gevierd. Bij die gelegenheid kreeg het Museum een fraaie aquarel aangeboden van kunstenaar Jan van Vuuren (1871-1941). Een attentie van de Vereniging Vrienden van het Museum Elburg, die dit jaar haar dertigjarig bestaan viert. Maar wat doen deze ‘Vrienden’ eigenlijk zoal?

"We ondersteunen het museum, en dan niet alleen financieel maar ook metterdaad,” vertelt secretaris Els van Andel. “Sommige mensen helpen bijvoorbeeld de Kloostertuin onderhouden, anderen staan regelmatig in het Museumcafé achter de bar. En vanwege de herinrichting hebben we bijvoorbeeld een tafel geschonken voor op de Beletage. Een ontwerp van Edward Otten, gemaakt uit hout van een monumentale Zwolse plataan die in 2007 was omgewaaid.”

Verder denken de ‘Vrienden’ mee over exposities en over de museumcollectie, vertelt kunstverzamelaar en bestuurslid Johan Stremmelaar. Van hem kwam het idee voor deze aquarel van Jan van Vuuren. "De laatste jaren zijn er vooral praktische dingen aangeschaft, zoals een koelvitrine en een wasmachine. Maar nu werd het weer eens tijd voor een nieuw collectiestuk. Deze aquarel viel me een paar jaar geleden al op. Ik dacht: die hoort in het Museum Elburg. Ten eerste omdat Van Vuuren een Noord-Veluwse kunstenaar was, ten tweede omdat hij weinig aquarellen heeft gemaakt, hij werkte vooral in olieverf.”
‘Vrienden’-voorzitter Bob Middelburg vult aan: “En ten derde is de invalshoek heel bijzonder. Meestal wordt de Vischpoort geschilderd vanuit de Noorderwalstraat. Maar dit is gezien vanaf de stadswal bij het huidige Jos Lussenburgplein. De Vischpoort is ook niet het hoofdonderwerp; het is gewoon een fraai gezicht op een stukje Elburg dat er nu niet meer is.”

Tot 15 januari 2017 is deze aquarel echter te zien in het Noord-Veluws Museum te Nunspeet. Het Museum Elburg heeft het werk namelijk in bruikleen gegeven voor een overzichtsexpositie van Jan van Vuuren.


Museumvrienden gezocht
De Vereniging Vrienden van het Museum Elburg telt zo'n 135 leden. Dat aantal blijft vrij stabiel, maar de vergrijzing neemt geleidelijk toe. Nieuwe leden zijn dus van harte welkom! Geïnteresseerden kunnen vrijblijvend contact opnemen met Els van Andel, via elsvandel@hotmail.com.

(Huis-aan-Huis, 22-06-2016)

vrijdag 22 juli 2016

Wim Magré brengt Bach-album uit

Wim Magré achter 'zijn' Quellhorst-orgel te Elburg (foto auteur)

Deze week verschijnt het nieuwste album van Wim Magré. De Elburger musicus promoot ‘zijn’ Quellhorst-orgel met werken van J.S. Bach.

Door Margaretha Coornstra

ELBURG – Titularis-organist van de Grote of St. Nicolaaskerk te Elburg, zo mag Wim Magré zich al ruim een jaar noemen. Daarmee is hij de bespeler bij uitstek van het Quellhorst-orgel uit 1825, dat onder kenners hoog staat aangeschreven. Vanuit deze functie ontstond het plan voor zijn nieuwste cd. “Ik dacht: ik moet toch weer eens iets opnemen met dit orgel.”
Bijzonder is dat Magré, die zich vooral toelegt op een breed en toegankelijk repertoire, zich ditmaal beperkte tot Johann Sebastian Bach (1685-1750). “Och ja, ik dacht: nu kan ik wel wéér allemaal psalmen en gezangen opnemen, maar zo’n Bach-cd is natuurlijk wel een uitdaging,” licht hij toe. En met milde zelfspot: “Zo had ik gelijk een mooie stok achter de deur om weer eens hard te studeren.”
Toch zijn Wim Magré en zijn zoon/collega Wilbert Magré sowieso harde werkers. Dit Bach-album werd nota bene voorbereid en opgenomen bij alle hectiek van hun megaproject: de tournee met ‘Het Groot Johannes de Heer Koor’ van 650 zangers, die net is afgerond. Een doorslaand succes dat prompt voor herhaling vatbaar bleek: “We hebben nu alweer 450 aanmeldingen voor volgend jaar!” lacht Magré verbaasd. “Tja, en met meer dan 650 zangers kun je eigenlijk niet optreden, hè? Je raakt zo’n groot koor in bijna geen enkel gebouw kwijt...”

De opnamen voor de Bach-cd stonden gepland vlak na een tweedaagse stembeurt, zodat het majestueuze orgel optimaal zou klinken. De tracklist vermeldt elf bekende werken, waarbij Magré zichzelf niet spaarde. Een koraalvoorspel als ‘Herr Gott, nun schleuss den Himmel auf’ BWV 617 vergt niet alleen qua voordracht, maar ook technisch de nodige verdieping. “Want alle zestiende nootjes moeten er wél zijn, hè? En niet te vergeten het pedaal, dat het aanhoudend kloppen op de hemelpoort moet uitbeelden.”
 
Uiteraard mocht de aangrijpende Passacaglia & Fuga in c evenmin ontbreken. “Een prachtig stuk,” vindt Wim Magré. “Ik heb daaraan overigens wel mijn eigen interpretatie gegeven. Kijk, iemand als Ton Koopman begint en eindigt met dezelfde registratie. Nu is Ton Koopman een groot Bachkenner, dus die weet wel wat ie doet. Maar ja, dat stuk duurt bijna een kwartier. En dan vind ik persoonlijk één enkele registratie toch wat vermoeiend klinken. Dus koos ik ervoor om het geluid geleidelijk op te bouwen, vooral in die Fuga. Of echte barokpuristen het daarmee eens zijn, weet ik niet. Maar ik dacht: op die manier kan ik meteen mooi laten horen wat het orgel allemaal in huis heeft.”


CD en concerten
Het nieuwste album van Wim Magré, ‘Orgelwerken van Johann Sebastian Bach’, bevat elf werken, gespeeld op het Quellhorst-orgel van de Grote Kerk te Elburg. De cd verschijnt rond 20 juli. Op 3 en 27 augustus speelt Wim Magré live op datzelfde orgel, tijdens de zomeravondconcerten. Zie ook www.wimmagre.nl

(HaH Elburg & Oldebroek, 19-07-2016)

zaterdag 16 juli 2016

Gitaarfestival Zwolle nadert gouden jubileum

Pieter van der Staak (1930-2007)
Het Internationaal Gitaarfestival Zwolle nadert zijn 48ste editie. Toch blijkt dit evenement een goed bewaard geheim: de meeste mensen weten niet eens dat het bestaat. Maar gitaarcoryfeeën als Alvaro Pierri prijzen ‘Zwolle’ al jaren als een degelijk festival met een goede sfeer.

Tekst: Margaretha Coornstra

Het Internationaal Gitaarfestival Zwolle kent een lange historie. Ontstaan in 1969 als geesteskind van gitarist/componist Pieter van der Staak (1930-2007), ademde het van meet af aan een kosmopolitische, ietwat bohémienne sfeer.
Veel vijftigplussers kennen Van der Staak wellicht van het Jiddische duo met kleinkunstenares Willy Brill. “Maar Pieter was toch vooral klassiek gitarist en componist”, zegt Jacob Vlijm, sinds 2003 artistiek leider van het festival. Vlijm is tevens hoofdvakdocent gitaar aan hetzelfde Zwolse ArtEZ-conservatorium waar hij ooit bij Van der Staak afstudeerde.

Pieter van der Staak had een primair pedagogische doelstelling met de ‘Internationale Gitaarweken’, zoals het festival eerst heette. “In de jaren zestig was klassiek gitaar een ondergeschoven kindje binnen de conservatoria,” legt Vlijm uit. “Gitaristen waren ook erg op zichzelf. Dus Pieter wilde studenten buiten hun eigen kring laten treden, voorspeelgelegenheid creëren en hen in contact brengen met grote namen.”
Die grote namen kwamen algauw, want Van der Staak had wereldwijd connecties. Ook sinds zijn overlijden slaagt het Gitaarfestival er telkens in om internationale grootheden te strikken. Naast David Russell, Pepe Romero, Mats Bergström, Aniello Desiderio en Alvaro Pierri kwam zelfs de legendarische Cubaan Leo Brouwer (1939) naar Zwolle. En in oktober 2016 is de Poolse maestro Łukasz Kuropaczewski artist in residence.

De kwaliteit is dus een constante gebleven, ondanks alle ups en downs. Want – en daar doet Jacob Vlijm niet geheimzinnig over – uiteraard kennen ze ook in Zwolle de financiële worsteling sinds de bezuinigingen van Zijlstra. “Toen bleek hoe kwetsbaar je bent wanneer je op subsidiestructuren leunt. Bekende fondsen hebben hun eisen zodanig gespecificeerd dat jouw activiteiten daar altijd buiten vallen, hoe je ze ook omschrijft. En alleen al in die aanvraagcorrespondentie gaat dertig procent van de tijd zitten, waarbij je feitelijk met de rug je publiek toe staat. Een gevolg van het geldgebrek? Tja, we hadden bijvoorbeeld een eigen soloconcours, mét een verplicht nieuw werk. Maar ditmaal laten onze financiën het uitschrijven van zo’n compositieopdracht niet toe.”
Al beseft Vlijm ook dat het Gitaarfestival niet alleen staat in deze geldsores. “Veel culturele stichtingen herkennen dit; ze moeten net als wij zichzelf op dat punt opnieuw uitvinden. Maar wij blijven honderd procent overtuigd van onze missie. We willen ons gouden jubileum halen!”

Internationaal Gitaarfestival Zwolle, oktober 2016
oktober 2016. Locatie: ArtEZ Conservatorium Zwolle.
www.guitarfestivalzwolle.nl



(Luister, juni 2016)
HÄNDEL-MENDELSSOHN
‘Israel in Ägypten’
The King’s Consort & solisten o.l.v. Robert King
Vivat 111 • DDD- 83’ (2CD)
Waardering: 9

Dat Felix Mendelssohn de Matthäus Passion opdiepte en afstofte, is genoegzaam bekend. Maar hij bestudeerde en arrangeerde in 1833 ook Händels oratorium ‘Israel in Egypt’. Dirigent Robert King heeft nu op zijn beurt die noeste arbeid van Mendelssohn gereconstrueerd.
Ondanks de toegevoegde 19de eeuwse elementen benaderde de jonge Mendelssohn Händels partituur met gepaste schroom en zocht serieus naar de oorspronkelijke intenties. Musicoloog R. Larry Todd bestempelt hem in de liner notes zelfs als ‘een van de eerste exponenten van de zogeheten historische uitvoeringspraktijk’.
Nu waren Händel en Mendelssohn allebei gezegend met veel zin voor dramatische expressie. En deze bundeling van beider krachten levert een gepolijste, bijna filmische klankschildering op. De ouverture is natuurlijk onmiskenbaar Mendelssohn en zal menige fan in verrukking brengen. Maar ook verder munt The King’s Consort uit in homogeniteit en produceert de gave, geoliede klanken die je bij Mendelsohn verwacht. Koor en orkest vormen een steeds hechte, wendbare eenheid. Alerte frasering, eloquente dynamiek: het is er allemaal.
De Duitse teksten storen daarbij allerminst. Prachtig is het geladen pianissimo van het koor in ‘Er sandte dicke Finternis’ (één van de plagen over Egypte) en de spanningsopbouw in ‘Das hören die Völker’. Ook de solisten zijn klasse, getuige het duet van Lydia Teusscher & Julia Doyle: ‘Der Herr ist mein Heil’ of de Aafje Heynis-achtige glans over de alt van Hilary Summers in ‘Bringe sie hinein’. Alles bijeen een aanrader, zelfs voor wie geen uitgesproken Mendelssohn-adept is.

Margaretha Coornstra
(Luister 715, mei 2016)

De Speciaalzaak: Ervede Antiek & Brocante

(Stockfoto Nadine Doerlé)
Ze zijn er nog: echte speciaalzaken, van ondernemers die niet uitgepraat raken over hun product. Zoals Riki van Dorp, van Ervede Antiek & Brocante.

Door Margaretha Coornstra

In de etalage staat een lieve oude teddybeer. Een echte klassieker: bruin, met draaibare poten en een snuit waaraan hij blijkbaar vaak is opgetild. Ook naar zijn geplette vacht te oordelen heeft hij er al heel wat troost- en knuffeljaren op zitten. Toch blijven hij en zijn collega’s gewilde items, vertelt Riki van Dorp. ,,Grootouders willen vaak zo'n teddybeer voor hun pasgeboren kleinkind.” Ze wijst naar een wit speelgoedpaard op wieltjes: ,,Dat is nu te kwetsbaar om nog mee te spelen. Maar mensen kopen zo'n paard als decoratie, bijvoorbeeld om naast een paspop te zetten.”

Paspoppen blijken een belangrijk onderdeel van het assortiment. ,, In brocante zie je duidelijke trends,” legt Riki uit. ‘’Zo waren heiligenbeelden een tijdlang erg populair. Zo'n trend kan zomaar afgelopen zijn, maar die paspoppen zijn al heel lang in. En oude stolpen, daar zijn mensen tegenwoordig dol op. Die hebben we dus ook.”
Andere fascinerende stukken: een antiek kamerscherm, een paar doopjurken en – jawel! – meerdere engelenvleugels. Een origineel stel vleugels van effen gaas. Maar ook een stel dat opnieuw is bespannen, met oude kant. Achterin het winkeltje is ‘de keuken’: daar staan keukenspullen uit grootmoeders tijd. Groen en grijsgewolkt email, Sunlight zeep en koffiebusjes in jugendstil van Kanis & Gunnink: ,,Die zaten immers in Kampen, dus die kom je hier veel tegen.”

Riki van Dorp werkt samen met haar man Ruud Kamphuis, die ook het winkelmeubilair restylede en wit schilderde. Getweeën struinen ze Belgische en Franse markten af. ,,Soms vertrekken we midden in de nacht, om zo vroeg mogelijk op de markt te zijn. Want je merkt dat bepaalde spullen toch wel schaarser worden.”
In een openstaande kast prijkt antiek serviesgoed. ,,Allemaal van Regout uit Maastricht. Mensen komen uit heel Nederland hierheen, want ik verkoop losse onderdelen.” Vooraan staan serviezen met de decors Meibloem en Beatrix: blauwe bloemetjes op een witte ondergrond. ,,Meibloem is zo’n 120 jaar oud en het Beatrix-decor is ontworpen ter ere van de geboorte van prinses Beatrix in 1938,” aldus Riki. ,,Op de dag van haar troonsafstand in 2013 had ik een tafel feestelijk gedekt met Beatrix-serviesgoed, Beatrix-hoedjes en oranje servetten. Daaar kregen we zulke enthousiaste reacties op!”
Riki van Dorp is blij met de huidige locatie in de Geerstraat. ,,Eerst zaten we in de Oudestraat, maar de Geerstraat is zo’n bijzondere straat. Hier zijn alleen maar kleine, sfeervolle winkeltjes. En er heerst onderling een leuke collegiale sfeer.”


WIE
Riki van Dorp en Ruud Kamphuis
WAT
Ervede Antiek & Brocante
WAAR
Geerstraat 32, Kampen
WEBSITE
www.antiekenbrocante.eu