maandag 7 december 2015

'Net verkocht': Wonen in een winkelstraat

Deze zomer betrokken Ria en Tonny Rutenfrans hun allereerste koopwoning: een ruim en licht bovenhuis in de winkelstraat van Eerbeek. Ze hebben uitzicht op een gezellige drukte, waarvan ze dankzij goede isolatie toch bijna niets horen. “Hier willen we de rest van ons leven blijven.”

Stentor, 04-12-2015

Door Margaretha Coornstra

Het zonnige dakterras gaf de doorslag. Ria Rutenfrans zag de foto en werd er meteen verliefd op. Het pand Stuijvenburchstraat 149a stamt uit 1964 en ligt in het centrum van Eerbeek, boven een modezaak. De ramen aan de voorkant kijken uit op een gezellige winkelstraat; aan de achterkant zie je dagelijks de nostalgische trein halt houden bij het stationnetje van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij. En dit alles in de lieflijke, bosrijke omgeving bij de Veluwezoom en de IJsselvallei.

Dit is het eerste koophuis van het echtpaar Rutenfrans.
“Vijf jaar geleden huurden we een mooi nieuwbouwappartement, met een garage eronder,” zegt Tonny. “We dachten: dit is onze eindbestemming.”
Ria: “Van binnen was het leuk. Maar vanaf het balkon zag je alleen maar de hoge grijze muren van huizen verderop.”
Ook de huur dreigde een probleem te worden. Tonny: “Het leken eigenlijk wel seniorenappartementen, dat wil zeggen: er woonden alleen mensen die al gepensioneerd waren. Ze hadden hun huis verkocht en het geld op de bank. Ria en ik waren de enigen die nog steeds werkten. Dus wíj zaten met ons inkomen telkens tegen die 6,5 procent huurverhoging aan te hikken.”
Ria: “Op een dag zei ik tegen Tonny: stel dat jou iets overkomt, dan kan ik later niet de huur betalen van mijn pensioentje. Want die loopt misschien wel op tot duizend euro.”
Het was een schoonzus die in maart met de eye opener kwam: “Waarom gaan jullie niet op zoek naar een koophuis?” Aldus geschiedde. Ze overwogen al een huis in Loenen, toen Tonny’s oog op de advertentie voor hun huidige woning viel. “Ik zag dat heerlijke dakterras en zei tegen Ria: ‘Moet je híer eens kijken!”

Binnen een week hadden ze een voorlopig koopcontract, vertelt Tonny. De woning stond nét op Funda.nl, voor een vraagprijs van 175.000 euro. Meteen belden ze makelaar Kees Beltman. Een week later konden ze de woning bezichtigen. “Toen brachten we diezelfde avond nog een bod uit. En de volgende dag was de koop gesloten voor 170.000 euro.” Lachend: “Op vrijdag hebben we met de financiële man van Best Living de papieren doorgekeken en tekenden we een voorlopig contract onder voorbehoud; op zaterdag volgde de bouwkundige keuring en op zondag vertrokken we voor een maand naar Bali!”
Ria en Tonny Rutenfrans zijn namelijk dol op reizen. Tonny: “Elk jaar proberen we toch wel één grote reis te maken.”
Ria somt op: “We zijn nu twee keer op Bali geweest, en in Thailand, Maleisië, Egypte... Maar we zijn ook met een camper door Vancouver en de Rocky Mountains getrokken.”
Tonny: “Ja, zalig! Dat is echt ontstressen.”
Gezien hun onstilbare reislust hebben ze geen behoefte aan een tuin.
“Tuinieren is toch niet mijn hobby,” lacht Tonny. “Geef mij maar computers!” Trouwens, het L-vormige dakterras biedt meer dan genoeg ruimte voor bloem- en plantenbakken.
 
Wel hebben ze de keuken verbouwd. “Het keukenblok is vernieuwd en de muur een eind verplaatst,” licht Tonny toe. Ria wijst naar buiten: “Als ik in de keuken bezig ben, kijk ik uit op de winkelstraat en zie ik mensen rondlopen. Dat vind ik gezellig, een beetje reuring zo vlakbij huis. En toch hoor je niets, het is binnen heel rustig.” Tonny: “Ja, het is goed geïsoleerd.”
Heel blij zijn ze ook met de logeerruimte boven. Ria: “Vroeger sliepen onze kleinkinderen altijd op een luchtbed. Maar nu krijgen ze een ruime slaapkamer met een echt bed.”
En tot slot is er nog het even ondefinieerbare als onmiskenbare gevoel van ‘thuis’. Ria: “Toen we deze woning kwam bezichtigen, voelde het meteen goed. Dat had ik niet met dat huis in Loenen, waarop we al een optie hadden. Maar dit voelde gelijk als een warme jas.” Tonny: “Ja, hier willen we altijd blijven.”

Even voorstellen
Ria Rutenfrans (60) is cateringbeheerder bij de Loenense vestiging van Smurfit Kappa, een Ierse multinational die dozen vervaardigt. Tonny Rutenfrans (62) is process operator bij DS Smith Packaging in Eerbeek. Ria en Tonny zijn energieke, reislustige types. Ze wonen graag in een levendige omgeving.


Huizenpaspoort
Qua woningen boven winkels is er een ruime keus in prijssegment en kwaliteit. Vroeger woonden daar vooral de winkeleigenaren. Nu zijn het vaak starters, singles en ouderen die graag in het centrum wonen, vlakbij allerlei voorzieningen. Veel aanbod ontstaat doordat singles een partner krijgen en/of een gezin stichten. Minpuntje is wel dat er boven winkels doorgaans een lift ontbreekt en de slaapkamers een verdieping hoger liggen. Maar fitte en mobiele senioren hebben daar geen moeite mee.


(de Stentor, &katern, 04-12-2015)

'Zo doen wij dat': Aya en Djanna






























De familie:
- Aya Daniëlle Dürst Britt (33),
cultuurjournalist, freelance tekstschrijver/vertaler en redacteur Al Arte Magazine 

- Djanna (5)

Door Margaretha Coornstra

Sta open voor andere culturen 
Aya: “Ik heb altijd iets met het Midden-Oosten gehad. Op de basisschool in Heerde was ik verrukt van de Bijbelverhalen. Ik tekende ook vrouwen met sluiers, palmbomen, Arabische paarden… Later heb ik in Leiden Arabisch en islamstudies gedaan. Als alleenstaande moeder ben ik gefascineerd door de krachtige rol voor van vrouwen in vroege culturen, voordat de religies opkwamen waarin de man dominant werd. Openheid voor andere culturen en tradities is een groot goed. Dat geef ik ook mijn dochter mee.” 
Djanna (toont tekening): “Kijk, dit is het universum, met allemaal verschillende planeten. Dit hier (wijst) is de Regenboogplaneet!”

What’s in a name? Heel veel!
Aya: “In 2010 besloot ik om ‘Aya’ als roepnaam te nemen. Aya betekent zoveel als ‘teken, wonder’ of ‘een vers door inspiratie verkregen’. Die roepnaam dient om me herinneren aan waar ik nu sta. ‘Djanna’ betekent ‘paradijs’ of ‘hemel’. Zelf ga ik liever voor ‘paradijs’, omdat het paradijs voor mij iets is wat zich op aarde voltrekt. Ondanks alle oorlog en ellende zie ik het als onze taak om te streven naar een paradijs op aarde. En ik geloof dat een naam die een bepaalde waarde of een symbool benoemt, ook als geheugensteuntje kan werken voor de naamdrager, en diegene iets daarvan laat uitstralen.”

Liefde is leerzaam, ook als ze teleurstelt
Aya: “Djanna’s vader komt uit Iran. Helaas is de relatie verbroken in het begin van mijn zwangerschap, die overigens door ons allebei gewenst was. Hij is wel een trotse vader. Djanna logeert regelmatig bij hem.”
Djanna: “Papa maakt graag foto’s, ook van mij. Het leukste in zijn huis vind ik de loopband, die staat voor de tv. Dan kun je tegelijk lopen en tv kijken.” 
Aya: “Inmiddels weet ik dat de liefde kan teleurstellen. En dat je soms moet kiezen voor jezelf, zéker als je de zorg voor een kind hebt! Dus indirect groei je door liefde ook weer in (zelf)inzicht, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid.”

Ieder kind leert op zijn eigen manier 
Aya: “Ik koos jenaplanonderwijs voor Djanna, om haar te bieden waar ikzelf op de basisschool zo naar verlangde: oog voor mijn eigen manier van leren, in plaats van door de overheersende onderwijszeef te worden geduwd. Die educatieve eenheidsworst geeft slechts een deel van de kinderen de kans om tot bloei te komen. Bij mij leidde het systeem tot onzekerheid. Gelukkig had ik twee fijne meesters, die me aanmoedigden om me in mijn eigen interesses te verdiepen. Maar op deze jenaplanschool krijgt Djanna meteen al de ruimte om te zijn wie ze is, in al haar sensitiviteit en intensiteit. Nu eens is ze heel geconcentreerd bezig met tekenen en fantasiespel, dan weer is ze snel afgeleid, op zoek naar nieuwe impulsen en ervaringen. Pc-spelletjes doet ze niet, maar ze kijkt op de laptop wel kinderseries. Er zijn dagen dat ze de laptop niet aanraakt, maar ook dagen dat ze een of twee uur kijkt.”
Djanna: “Het is leuk op school. Ik hou van dino’s, dus later wil ik paleontoloog worden.” 

 ‘Elke weg kan tot verheffing leiden’
Aya: “Dat is vrij naar een citaat van Inayat Khan, een Indiaas mysticus. Ieder gaat zijn eigen levensweg en religie kan daarbij een baken zijn. Maar iedereen heeft een andere invalshoek, en die is vaak cultuur- en plaatsgebonden.
Zo was mijn ene overgrootmoeder helemaal ‘in de Here’. Een spirituele vrouw, maar niet zweverig. Ze putte veel kracht uit de liedbundel van Johannes de Heer. Haar deur stond ook altijd open, voor iedereen had ze een luisterend oor. Ik vertel Djanna dat iedereen anders is en ons menselijk bestaan anders ervaart en benoemt, en dat dat normaal is. Dat liefde een leidende waarde is. En dat je mag afgaan op je gevoel, maar dat je je ook mag aanpassen aan anderen als de situatie daarom vraagt.”

Elke ‘bijstander’ heeft zijn/haar eigen verhaal 
Aya: “In 2011 lukte het niet meer om zelf mijn studie te bekostigen. Toen heb ik bij de gemeente een uitkering aangevraagd. Ik mocht mijn studie afmaken, want ik hoefde alleen nog mijn scriptie te doen. Maar in 2013 moest ik een traject volgen binnen de Sociale Werkvoorziening: riool-afdekringen in elkaar zetten, dossiermappen vouwen…
Het contact met mijn collega’s was leuk. En gelukkig wonen mijn ouders vlakbij, dus had ik oppas voor Djanna. Maar jammer genoeg had ik hierdoor geen tijd om een onderzoeksvoorstel te schrijven. Ik kreeg ook een tijdje ontheffing van de sollicitatieplicht, als alleenstaande ouder van een jong kind. Toch solliciteerde ik en schreef als vrijwilliger veel artikelen, vanuit de gedachte: ‘Ik ga deze tijd wél benutten om aan mijn CV te werken!’

Het was een enorme uitdaging om rond te komen. Ten eerste huurde ik particulier, want voor de woningcorporatie had ik onvoldoende punten. Ten tweede hebben we allebei zowel koemelkallergie als een suikerintolerantie. Ook tarwe moeten we mijden. Dus ik was aangewezen op bio-winkels en daarmee gedwongen om aan de simpelste dingen al driemaal zoveel uit te geven als een ander. Er bleef amper geld over voor kleding of cadeautjes. In zo’n geval gaat Djanna voor; zelf was ik heel blij met kleren die ik van een vriendin kreeg. Ik ben in geen járen op vakantie geweest, maar ontdekte wel dat je met je kind ook veel avontuurlijks kunt beleven in de natuur of met vrienden. En ja, ik betreur het sociale stigma dat op de ‘bijstanders’ rust. De beeldvorming is heel stereotiep, terwijl de groep juist heel divers is.”

‘Tel uw zegeningen’
Aya: “Als ik het niet meer weet denk ik altijd: ‘This, too, shall pass’, ook dit gaat voorbij. En dan geef ik het over.
En ja, uiteindelijk overheerst dankbaarheid. Voor het moederschap: de geboorte van Djanna voelde echt als een inwijding in het leven zelf. Voor de mogelijkheid van een uitkering en de vrijstelling van het solliciteren. Maar ook dankbaarheid voor alles wat tegenzit, want daarvan kun je veel leren. Juist de worstelingen hebben me de laatste jaren zóveel sterker gemaakt! ‘Tel uw zegeningen’ stond er in de liedbundel van mijn overgrootmoeder. Ja, zet dat maar in de krant, als eerbetoon aan haar.”

De Stentor, &-katern, rubriek 'Zo doen wij dat!', 08-09-2015

dinsdag 1 december 2015

Advent op z'n Argentijns

Affiche voor het adventsconcert in Apeldoorn, 2015
De Grote Kerk Apeldoorn wil vaker concerten gaan organiseren. Aan dirigent Wolfgang Lange de eer om met een adventsconcert het spits af te bijten.

Door Margaretha Coornstra

Ooit was Jezus een asielzoeker. Lees er het evangelie van Mattheüs maar op na. Die beschrijft hoe Jozef en Maria met hun pasgeboren kind op een ezel naar Egypte uitwijken. Ze zijn op de vlucht voor koning Herodes, die in de jonge Messias een rivaal ziet en zijn soldaten opdraagt om ‘veiligheidshalve’ alle jongetjes tot twee jaar oud om te brengen. 
Het is die vlucht naar Egypte waarmee de Argentijnse dichter Félix Luna de cantate ‘Navidad Nuestra’, Ons Kerstfeest, besluit: ‘Ezeltje, haast je, anders krijgen ze je te pakken! Ze staan klaar om te gaan moorden, de dolk raakt bebloed. Lief kindje, huil niet; we komen al in een beter land.’

De muziek is van Luna’s landgenoot Ariel Ramírez, die in 1964 zijn Misa Criolla had afgerond. Een baanbrekend werk, omdat de misteksten in het Argentijns werden gezongen. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie werd besloten dat het Latijn niet langer verplicht was en de mis in de landstaal opgedragen mocht worden. Prompt bediende Ramírez niet alleen van de volkstaal, maar ook van volksmuziek, met dansritmen en folkloristische instrumenten.
  
Beide koorwerken vormen het hart van een bijzonder adventsconcert in de Grote Kerk Apeldoorn. Wolfgang Lange − aan de kerk verbonden als dirigent tijdens de maandelijkse cantatediensten – stelde een projectkoor samen uit twintig gevorderde amateurzangers. Voor de instrumentale partijen is de Grupo Los Criollos aangetrokken, onder leiding van Alvaro Pinto. Hoewel Ramírez naderhand nog diverse arrangementen maakte, wordt de Misa Criolla ditmaal in de authentieke bezetting uitgevoerd. 
“Ramírez was zo slim om ook nog ‘Navidad Nuestra’ te componeren,” vertelt Wolfgang Lange, “want hij wilde graag een lp van de Misa Criolla. Maar die lp was nog niet vol. Dus maakte hij binnen een week nog een cantate van zo’n twintig minuten. Volgens eigen zeggen had hij inspiratie van boven gekregen.”
 
Dit concert is het eerste in een pilot van culturele evenementen, licht Lange toe: “Behalve als geestelijk centrum wil de Grote Kerk zich ook profileren als een plek waar cultuur wordt uitgedragen, in de meest ruime zin van het woord. Daarom is ze nu de samenwerking met schouwburg Orpheus aangegaan, bij wijze van experiment, om zichzelf ook als concertruimte op de kaart te zetten.” 
Beide Ramírez-werken leken Wolfgang Lange heel geschikt voor zo’n concert. “Het is prettige, toegankelijke muziek. Er zitten wel een paar uitdagingen in voor het koor,  zoals de taal. Want het Argentijns is toch nét iets anders dan het Spaans, en sommige delen van Navidad Nuestra zijn in een plaatselijk dialect geschreven.” 
Tekstdichter Félix Luna situeert het kerstverhaal namelijk op het Argentijnse platteland, legt hij uit. Jozef en de hoogzwangere Maria trekken over de pampas en de herders brengen druivengelei en honing mee voor het Kindeke Jezus, hier poëtisch aangeduid als ‘het Bloempje’. Het is ook geen goud, wierook en mirre waarmee de drie koningen aankomen, maar ‘een kleurige poncho van echte alpacawol die hem zal verwarmen’.
 
Dat de aankondiging van dit adventsconcert ook samenzang belooft, ligt nog voor de hand. Maar echt verrassend is de dans-act van Eugenia Moyano en Orlande Mino de Zamba: zij zullen het programma afsluiten met enkele typisch Argentijnse paardansen. “De bedoeling was eerst dat iedereen in de kerk mee zou dansen,” zegt Wolfgang Lange lachend, “maar dat vond men bij nader inzien toch niet zo geschikt. Terwijl ikzelf dacht: ach, waarom eigenlijk niet…?”

Adventsconcert. Projectkoor & Grupo Los Criollos o.l.v. Wolfgang Lange. Grote Kerk Apeldoorn, 29/11, 14.30 uur. Kaartverkoop via www.orpheus.nl.

De Stentor, 26-11-2015

woensdag 25 november 2015

'Hart & Ziel' is meer dan 'hard en zielig'


De Hart & Ziel Lijst komt er weer aan! Tot en met 27 september kunnen we nog stemmen op onze favoriete muziek. Luister sprak alvast met presentatoren Margriet Vroomans (De Ochtend van 4) en Ab Nieuwdorp (Licht op 4 en De Klassieken) over hun eigen Hart & Ziel-ervaringen.


Tekst: Margaretha Coornstra

Ab Nieuwdorp: “Op mijn zestiende speelde ik tuba in de plaatselijke muziekvereniging. Ik had ook al conservatoriumplannen. Alleen repertoire voor tuba, dat bleef toch wat lastig. Op een dag kwam de dirigent met een stuk van een Engelse componist, Ralph Vaughan Williams. Nooit van gehoord, maar zúlke mooie muziek… En ook nog voor tuba en symfonieorkest: het kon dus wél! Nadat ik het cassettebandje grijs had gedraaid besloot ik om de cd te bestellen; ik had nog wat geld van mijn vakantiebaantje. Maar op de cd die aankwam, stond dus níet het Tubaconcert van Vaughan Williams. Wel de ‘Fantasia on a theme  by Thomas Tallis’, door de Academy of St. Martin in the Fields en Neville Mariner. De man van de winkel zei: “Joh, probeer het gewoon en als het niet bevalt breng je ‘m weer terug.” Maar toen ik eenmaal thuis op mijn tienerkamer die muziek hoorde, was ik meteen blown away.  De kracht van die strijkers, de opbouw met die bijna mystieke spanning, die kathedrale klank…!”
 

Margriet Vroomans: “Ik heb een bijzondere band met ‘Cantique de Jean Racine’ van Fauré. Dat stamt uit mijn kindertijd: mijn ouders zongen allebei in meerdere koren, en vooral mijn moeder zong dit vaak. Maar naderhand houd je je als puber natuurlijk met allerlei andere zaken bezig, dus dan vergeet je dat. Totdat ik ging presenteren voor Radio 4 en de ‘Cantique’ weer voorbijkwam. Opeens trilde die muziek iets in mij wakker waarvan ik niet meer wist dat het er zat. Dus toen twee jaar geleden mijn moeder overleed, ben ik meteen naar haar huis gegaan en heb daar de ‘Cantique de Jean Racine’ opgezet – heel hard, omdat ik het gevoel had dat ik haar alleen langs die weg nog kon bereiken.”
 

Ab Nieuwdorp: “Het mooie vind ik dat zo’n Hart & Ziel-stuk je leven lang met je meegroeit, als het ware een compaan wordt; iets wat soms troost biedt en dan weer vergezichten opent. Je ontdekt er ook steeds meer lagen in. Enerzijds is het heel individueel, anderszijds toch niet zo kwetsbaar dat je het angstvallig wilt afschermen; je kunt het met anderen delen. Ik denk nu ook aan het Requiem van Richafort, dat we ooit op de autoradio hoorden toen we als gezin ’s avonds door de Provence reden. De opname van Paul Van Nevel en zijn Huelgas Ensemble. Onze oudste dochter was nog klein, mijn vrouw was zwanger van onze jongste. De muziek kleurde het landschap in op een onvergetelijke manier; de chateaux leken ook niet langer toeristisch verlicht met spots, maar met fakkels…! Want zo gaat dat: Hart & Ziel-muziek is ‘über-zintuiglijk’, het beroert niet alleen je oor maar ook je ziel.”

Margriet Vroomans: “Op de redactie schertsen we weleens: ‘Hart & Ziel’ dreigt al gauw ‘hard en zielig’ te worden. Maar Hart & Ziel gaat niet alleen over droefheid en nostalgie. Het gaat over muziek die jou in vuur en vlam zet, zodanig dat je dat je die met anderen wilt delen. ‘Verbinding’ is hierbij een kernbegrip. Wat ik over mijn moeder vertelde is dus geen triest verhaal, integendeel! Dankzij de muziek voelde ik me nog steeds met haar verbonden. Maar net zo belangrijk vind ik het Tweede Pianotrio of het Octet van Mendelssohn, waarnaar ik tijdens het koken graag luister. Dan sta ik daar enthousiast bij het aanrecht te hakken en te snijden met die muziek in m’n oren…! Zo gaat een vriendin van mij altijd hardlopen met de Brandenburgse Concerten van Bach. ‘Hart & Ziel’ kan dus ook een frisse douche zijn, die je geest schoonspoelt en weer oplaadt.”

Ab Nieuwdorp: “Soms blijkt het een instap voor mensen die eerst niets met klassieke muziek hadden. Een autonome instap die ze zelf ontdekt hebben, dus niet iets wat hun is opgedragen door bijvoorbeeld Paul Witteman op tv: ‘Dames en heren, de ‘Matthäus’ is weer in het land en u moet beslíst…!’ Nee, zo'n Hart & Ziel-gevoel dient zich ongepland aan, als een knipoog van – tja, noem het God, noem het de Kosmos… Ik duid het zelf aan als ‘het parkeerplaatsmoment’ of ‘het vluchtstrookmoment’: dat je iets op de radio hoort waardoor je zó wordt geraakt, dat je de auto aan de kant moet zetten om de afkondiging af te wachten, zelfs al mis je daardoor een afspraak: wat was dat precies, wat heb ik gehoord? John Lennon zei het al: Life is what happens to you while you’re busy making other plans.


NPO Radio 4 Hart & Ziel Lijst 2015 
- Stemperiode: t/m 27 september.
- Uitzending Hart & Ziel Lijst: 12 t/m 16 oktober
- Hart & Ziel Festival: vrijdag 16 oktober van 07:00-20:00 uur in TivoliVredenburg. Bezoek de radio-uitzending met live muziekoptredens en interessante gasten, of doe mee aan één van de Hart & Ziel-activiteiten (o.a. open podium, yoga op klassieke muziek, schilderworkshops, muzikale proeverijen).Toegang gratis. 
- Hart& Ziel Slotconcert:  20:15 uur, Hertz, TivoliVredenburg. Ensemble LUDWIG & Rosanne Philippens (viool). Kaartverkoop: www.tivolivredenburg.nl
Alle informatie: www.hartenziel.radio4.nl


(Luister. september 2015)

dinsdag 24 november 2015

'Zo doen wij dat!' - familie Bijlsma

De familie:
Jannes Bijlsma (35), (werkzoekend) journalist
Lisanne Bijlsma-van der Plas (34), eigenaar pedicure- en massagepraktijk, blogger ‘Baby/peutermama’ 
Sybren (bijna 3)
Annelie (1,5)
Laurine (10 maanden)


Gezond blijven, opvoeden: we zijn er bijna elke dag mee bezig. 
Welke lessen leerde u van het leven en zou u aan anderen willen overdragen? 

Deze week: de familie Bijlsma-van der Plas uit de gemeente Elburg.




door Margaretha Coornstra


Je kinderen zijn niet je eigendom

Jannes: “We hebben drie jonge kinderen en de vierde is onderweg. Ja, daar kijkt men weleens vreemd tegenaan. Zeker in de yuppenwijk waar wij tot voor kort woonden. Daar geldt drie toch wel als het maximum.”
Lisanne: “We zien het ouderschap als een geschenk. Je kinderen zijn niet van jou, ze zijn van God. Maar als ouders mag je voor ze zorgen en ze levenslang begeleiden. Dat is een voorrecht. Al brengt het ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Sybren is ruim twee, dus nu begint het echte opvoeden.”

De liefde voor je kinderen is onuitputtelijk

Lisanne: “Toen ik in verwachting was van Annelie, maakte ik me veel zorgen: ‘O help, hoe verdeel ik straks mijn liefde over Sybren en de nieuwe baby?’ Maar al gauw ontdekte ik dat twee kinderen echt niet ieder vijftig procent van je liefde krijgen. Zo werkt het niet! Voor je eerste kind heb je honderd procent liefde, voor het tweede kind krijg je er honderd procent bij, voor het derde kind weer honderd procent enzovoort. Je liefde vermeerdert zich gewoon.” 
Jannes: “Je liefde hoef je niet te verdelen, je aandacht en tijd uiteraard wel. Daar moet je mee leren omgaan.”
Lisanne: “Van ouders met één kind hoor ik vaak dat hun kind zich verveelt. Nu schelen onze kinderen heel weinig in leeftijd, dus ze spelen veel met elkaar. En Sybren gaat ook twee ochtenden per week naar de peuterschool.”

Durf te erkennen dat opvoeden niet altijd meevalt 

Lisanne: “Op Facebook vertellen ouders alleen maar over leuke belevenissen, terwijl ik zeker weet dat iedereen weleens vastloopt. En omdat ons gezinsleven best intensief is − met drie kleintjes en een vierde op komst − ben ik gaan bloggen. Zo schrijf ik bijvoorbeeld over de slaapproblemen van onze dochter. Ergens hoop ik daarmee toch reacties uit te lokken. Ik wil graag ervaringen en tips uitwisselen, zodat ouders weten: wij zijn niet de enigen bij wie het soms niet lukt.”
Jannes: “Die teksten van Lisanne ontstaan echt uit pure spontaniteit. Ze kan binnen tien minuten een blog schrijven en dat zit dan ook nog eens heel aardig in elkaar! Inderdaad praten ouders vaak alleen over positieve dingen. Dat peuters ook plassen en poepen en er vaak een zooitje van maken, daar hoor je niemand over. 
Vroeger had ik zoiets had van: ‘Kom op, als ouders los je dit-of-dat toch gewoon zelf op?’ Maar als vader heb ik nu ondervonden dat opvoeden soms niet meevalt. Gelukkig is Lisanne een open boek, die schaamt zich nergens voor − nou ja, bíjna nergens voor, haha! Laatst schreef ze over warme maaltijden en wat onze kinderen allemaal wel of niet lusten. Daar kwamen enkele reacties op.”

Gezondheid spreekt niet vanzelf

Jannes: “Laurine is drie-en-een-halve week te vroeg geboren en kreeg toen ook nog eens het RS-virus. Ze lag in de maxi cosi en trok plotseling blauw weg. Toen heeft Lisanne meteen de ambulance gebeld. Vanuit het streekziekenhuis moesten we gelijk door naar het VUmc in Amsterdam. Daar heeft Laurine drie weken aan de beademing gelegen. Wij hebben al die tijd in het Ronald McDonaldhuis gezeten. We hielden er ernstig rekening mee dat ze het niet zou halen.”
Lisanne: “Sybren en Annelie logeerden intussen bij mijn ouders. We hadden toen onze energie echt voor Laurine nodig. En we wilden ook niet dat ze al die stress van ons zouden meekrijgen.”
Jannes: “Laurine kreeg er een longontsteking bij en had op een gegeven moment een slijmprop in haar long. Het is een lang en specialistisch verhaal, maar enfin: doordat ze nog zo klein en fragiel was, konden ze die niet wegkrijgen. ’s Zondags ging het heel slecht. Maar op maandag was plotseling die prop verdwenen. Ik wil dat niet meteen een wonder noemen, maar de artsen waren wel heel verrast. Vanaf die dinsdag ging ze langzaam vooruit.” 
Lisanne: “En nu gaat het juist heel goed. Laurine is zo snel met alles! Ze is tien maanden, maar ze staat al en ik denk dat ze binnenkort gaat lopen. Maar we hebben dit jaar wel weer duidelijk ervaren hóe kwetsbaar een leven eigenlijk is.”

Dankzij kinderen relativeer je je ego

Jannes: “Vorig jaar raakte ik op een tamelijk nare manier mijn baan kwijt. In december 2014 werd mijn contract niet verlengd. Vroeger zou ik de behoefte hebben gehad om aan iedereen uit te leggen hoe dat kwam en waarom het niet míjn schuld was. Maar nu besloot ik: ‘Nee, ik praat er gewoon niet over, want daar schiet niemand iets mee op.’ Volgens mij komt dit ook doordat nu ons gezin op de voorgrond staat in plaats van ikzelf. Je stapt makkelijker over je eigen ego heen.” 
Lisanne: “Dat herken ik wel. Vroeger was ik veel meer met mijn eigen problemen bezig. Maar nu ben ik onderdeel van het gezin, ik hoor bij een groepje. Het is niet meer ‘ik’ maar ‘wij’. Dat voelt heel anders.” 

Hoe meer kinderen je krijgt, hoe flexibeler je wordt

Lisanne: “Ik was altijd iemand met een strakke planning, alles moest op de klok. Maar dat heb ik helemaal losgelaten. Ik denk nu gewoon: ‘Oké, dan wordt het maar iets later.’ Heel lang heb ik ook gemeend dat het huis altijd netjes opgeruimd hoorde te zijn. Maar nu vind ik dat een kind vooral kínd moet kunnen zijn en lekker de ruimte krijgen, met alle speelgoed over de vloer. Dan maar wat rommeliger.”
Jannes: “Sommige dingen staan natuurlijk wel vast. Zo móet Sybren om half negen op de peuterschool zijn. En het is ook onze bedoeling dat ze leren opruimen zodra ze groter worden.”
Lisanne: “Dat doen ze al! Zodra ze mij zien afstoffen, willen zij ook een doekje en vegen ze ijverig mee.”
Jannes: “Laatst las ik ergens dat gezinnen met vier kinderen het gelukkigst zouden zijn, doordat die geleerd hebben om soepel met onverwachte situaties om te gaan. Kijk, en daar kan ik me nou wel iets bij voorstellen.”


De Stentor, katern Hart & Ziel, 24 november 2015

maandag 23 november 2015

De zoektocht naar je eigen stem

‘Het Stembandatelier’ luidt de speelse benaming waaronder sopraan Johannette Zomer en Tineke Haveman van impresariaat 10VOCAAL samen masterclasses organiseren. Hierin wordt op een laagdrempelige en toch intensieve manier gewerkt aan de verbinding van stem, lichaam en geest. Op 10 en 11 oktober staat een masterclass gepland voor gevorderde amateurzangers, met als thema ‘Adem, het anker van de stem’.

Door Margaretha Coornstra


Nee, Tineke Haveman komt zelf niet uit de zangwereld, zegt ze aanvankelijk bescheiden. Ze is van huis uit werkzaam in de zorg. Zo was ze twintig jaar doktersassistente en verhuurt ze zichzelf nog steeds aan bijvoorbeeld asielzoekerscentra, waar ze fungeert als medisch aanspreekpunt. 
Maar vijf jaar geleden startte ze ook haar bureau 10Vocaal, als intermediair tussen solisten en ensembles. Die ‘10’ verwijst woordspelig naar de naam Tineke, maar meer nog naar de kwaliteit die ze nastreeft. En ja, ‘VOCAAL’ betekent dat ze zich vooral op vocalisten richt. “Dus ik ben zzp’er in de zang en zzp’er in de zorg. Wel graag in die volgorde,” voegt ze er lachend aan toe.
Maar hoe komt een zorgprofessional zonder zangervaring er dan toe om een zangimpresariaat op te zetten? Pas bij die vraag komt de aap uit de mouw: “Nou, ik heb wel twintig jaar gezongen in het Sallands Bachkoor, waarvan ik twaalf jaar voorzitter ben geweest. Pas dit jaar heb ik die functie neergelegd. En ja, dat is wel even afkicken.”

Inmiddels is 10VOCAAL meer dan een impresariaat alleen. “Want het koppelen van solisten aan ensembles, daaraan heb je geen veertig uur je handen vol. Dus ik zocht een manier om mijn pakket uit te breiden.” 
Haveman besloot tot ‘solistenpresentaties’ waarbij jonge zangers zich door middel van optredens aan koren en orkest voorstellen; een traditie die indertijd werd gestart door zangdiva Erna Spoorenberg (1925-2004).  “En twee jaar geleden dacht ik: weet je wat, ik ga ook masterclasses organiseren! Nu had ik positieve berichten gehoord over Johannette Zomer. En toen iemand me waarschuwde: ‘Nou, dát gaat je waarschijnlijk niet lukken…!’ dacht ik meteen: Dát zullen we dan nog weleens zien!” 
Hun eerste masterclass in 2013 bleek zo’n succes, dat Johannette Zomer en Tineke Haveman hun samenwerking hebben bestendigd onder de naam Het Stembandatelier. De doelgroep bestaat uit zowel professionele als gevorderde amateurzangers. Haveman: “Ik doe de organisatie en zorg dat alles goed loopt. En Johannette gaat met de zangers aan de slag.” 

Bij elke masterclass wordt een gastdocent uitgenodigd, zoals een dramacoach of een carrièrecoach. Op 10 en 11 oktober is adempedagoog Paul Triepels te gast, inmiddels een begrip binnen de professionele zangwereld. Dat hij werkt volgens de ‘methode Middendorf’ vereist misschien een korte toelichting: professor Ilse Middendorf (1910-2009), afkomstig uit Berlijn, ontwikkelde het concept van de ‘ervaarbare adem’. Volgens haar wordt het natuurlijke ademritme verstoord zodra we ‘vanuit ons hoofd’ de adem actief willen bijsturen. Middendorf streefde naar een bewust ervaren van de adem, maar dan zonder controle en zonder te willen ingrijpen. (Terzijde: het passief observeren van je ademritme is ook een aardig tijdverdrijf wanneer je in bed ligt en moeite hebt inslapen.)


CD Johannette Zomer & Fred Jacobs (Channel Classics)
Sopraan Johannette Zomer behoeft bij KCZB’ers uiteraard geen nadere introductie. Hooguit zou je nog eens via Youtube kunnen luisteren hoe ze Caccini’s lied ‘Amarilli mia bella’ zingt. Daarin hoor je precies die lichtheid en souplesse als resultaat van hetgeen waar ze als zangdocente voor staat: een natuurlijke benadering. En à propos: elders op Youtube vind je een korte documentaire over de masterclasses van Het Stembandatelier, door camerajournalist Wybo Vons.
 Ooit begon Johannette Zomer als mezzosopraan. Toen ze als tijdelijk haar stem kwijtraakte, bleek dat aanleiding voor een zoektocht naar haar echte geluid. Mede door die ervaring is ze liever niet al te stellig waar het indeling in stemvakken betreft. 
“Ik ben er voorstander van: gewoon zingen en afwachten welke kant de stem uitgaat. Nu is mijn eigen manier van zingen altijd wat natuurlijker geweest. Ook op het conservatorium koerste ik doorgaans meer op intuïtie dan op cognitieve kennis. En misschien heb ik in het begin mijn docenten weleens te veel na willen doen. Daardoor ging ik donkerder klinken, meer als een mezzosopraan. Tot ik mijn stem verloor en bij een KNO-arts terechtkwam. Dat is was heel bijzonder: ik zat in de wachtkamer en toen ik aan beurt was − ik had nog geen woord gesproken! – zei die arts meteen: “Zo, mevrouw de sopraan, wat is het probleem?” Ik was verbluft. Maar hij zag gewoon aan mijn fysionomie dat ik een sopraan was. Vanaf dat moment ben ik voorzichtig begonnen om tijdens het studeren een heleboel aangeleerde gewoontes los te laten, en jawel…! Ik bleek een sopraan. Gelukkig kreeg ik alle ruimte van mijn docent, Charles van Tassel. Ik heb hem ook meer als een coach gezien dan als een leraar.”

Dat vraagt wel om een grootmoedige houding van de docent.
“Nou, inderdaad…! Want ik ken ook docenten die juist vooral hun eigen stempel op leerlingen willen drukken. Sommige leerlingen gaan daar zelfs kapot aan. Maar Charles moedigde mij aan om verschillende methoden te proberen. Hij vond het juist leuk om samen met mij allerlei dingen uit te zoeken. Daarvoor ben ik hem nog steeds heel dankbaar, al is hij helaas niet meer onder ons.”

Jullie masterclass heet ‘Adem, het anker van de stem’. Is het niet logischer om de adem ‘het voertuig van de stem’ te noemen en het middenrif als anker te zien? 
Ze kijkt bedenkelijk: “Weet je, als je bij het ademen bewust met je middenrif werkt, ga je meteen ‘in je hoofd zitten’, controle uitoefenen. En dan zet je lichamelijk meteen al van alles op slot. Maar bij het praten adem je immers ook vanzelf op tijd in? Daar denk je niet bij na, dat doet het lichaam al voor je. En in mijn visie bouwt het zingen voort op het spreken; bij masterclasses laat ik de cursisten dat ook als een van de eerste dingen ‘voelen’. Aangezien er bij masterclasses zangers van allerlei nationaliteiten komen, laat ik hen bij voorkeur eerst in hun moedertaal ervaren. Zo hadden we de vorige keer een Koreaanse zangeres. Dan werpt een Duitstalig lied al gauw blokkades op, omdat het ritme van de taal heel anders is. Dus vroeg ik haar om een Koreaans kinderliedje te zingen, of in elk geval iets waarmee ze was opgegroeid.”
 

Een vroegere zangdocente van mij zei ooit: “Een inademing ontstaat doordat je je buikwand uitzet, niet andersom.” Dat schijnt ook een oefening uit een boeddhistische traditie te zijn... 
“Theoretisch heeft ze gelijk. Maar het is wel een manier van inademen waarbij je heel erg je hoofd moet gebruiken. Kijk, jij zit hier nu gewoon met mij te praten. Daarbij denk je toch niet eerst aan het uitzetten van je buikwand? Nu weet ik ook dat veel mensen op conservatoria gewend zijn om heel ‘mentaal’ te zingen. Maar juist dat mentale zou ik liever terugbrengen naar het intuïtieve. Op het moment dat we als kind leerden praten, ademden we intuïtief al bijtijds in. Alleen zijn we dat vermogen later bij het zingen kwijtgeraakt.”
 

De laatste tijd lezen we steeds meer over ‘stembevrijding’, een begrip dat Jan Kortie in Nederland introduceerde. Ik heb er geen ervaring mee, maar kan me bij de term wel iets voorstellen...
“Ja, iemand als Paul Triepels is eigenlijk ook een soort stembevrijder, al weet ik niet of hij zichzelf zo zou noemen. Een paar jaar geleden heb ik zelf een aantal sessies bij Paul gedaan. Dat ging niet zozeer over ademtechniek, het had een meer spirituele invalshoek: ik wilde graag een bepaalde ‘openheid’ bereiken. Want wij zangers hebben allemaal dingen aangeleerd waarover we ons heel druk maken, maar die ook heel snel blokkades kunnen opwerpen. Nu wil ik zeker niet zeggen dat al het aangeleerde fout zou zijn. Maar zingen kan vaak veel simpeler. Ik denk eigenlijk dat we meer ‘stembevrijders’ op conservatoria zouden moeten hebben.”

Wat is het meest gangbare probleem bij amateurzangers?
“Tja, hoe zal ik dat formuleren… Wat je veel ziet is dat mensen op zoek gaan naar een kleur, en een zich een bepaald stemgebruik aanwennen om te klinken zoals zij denken dat een zanger zou moeten klinken. Maar daarmee gaan ze voorbij aan de klank van hun eigen stem. En dan valt het niet mee om datgene waaraan ze jarenlang zijn gewend zomaar los te laten. Vergelijk het maar met het pellen van een ui: je begint bij de buitenkant en zo laat je laagje voor laagje geleidelijk los, om tenslotte bij de kern van jouw eigen stem te komen. Maar dat moet je wel durven.”

Tineke Haveman: “Dat kan dus alleen wanneer je een veilige, intieme sfeer schept waarbinnen mensen zichzelf kunnen zijn. En wat ik nou zo goed vind van Johannette, is dat zij iedereen op een subtiele en respectvolle manier weet aan te spreken. Dat is ook een van de speerpunten van Het Stembandatelier: dat mensen zich volledig op hun gemak kunnen voelen.” 

10 en 11 oktober 2015:‘Adem, het anker van de stem’, masterclass voor amateurzangers
16 en 17 april 2016: masterclass voor amateurzangers met dramacoach Philip Curtis 
Info: www.stembandatelier.nl, tel. 0321-701332/06-41497089


(Vocaal, september 2015)

zaterdag 14 november 2015

Bach en de fortepiano

J.S. BACH
‘Bach & The Early Pianoforte'
Luca Guglielmi (fortepiano)
Piano Classics PCL0062 • DDD-67’
Uitvoering ****| Registratie *****


Tik ‘Bach’ plus ‘fortepiano’ in op Youtube en ziedaar: voorbeelden te over. Bach was dan ook betrokken bij de ontwikkeling van de eerste Duitse fortepiano door orgelbouwer Gottfried Silbermann, die hierbij ‘uitvinder’ Bartolomeo Cristofori als voorbeeld nam.Toonde Bach zich anno 1736 nog allesbehalve enthousiast, in 1747 sprak hij zijn waardering uit voor een Silbermann-fortepiano, en wel ten hove van Frederik van Pruisen te Potsdam. Het verhaal gaat zelfs dat Bach bij het schrijven van zijn Musikalisches Opfer BWV 1079 aan het timbre van een fortepiano zou hebben gedacht.
Op deze cd bespeelt Guglielmi achtereenvolgens de replica’s van een Cristofori fortepiano uit 1726, een Silbermann fortepiano uit 1749 en een Hubert-clavecimbel uit 1784. Naast een transcriptie van de Vierde Cellosuite BWV1010 schroomt hij niet om ook vroegere werken van Bach (zoal het overbekende Preludium in C BWV 846/1) op fortepiano te spelen. Wanneer historische correctheid je criterium is, kun je dus je bedenkingen hebben bij zijn keuze, en die kunnen weer je luisterervaring kleuren.
Persoonlijk hanteer ik muzikale ontroering als voornaamste graadmeter en lees daarom de toelichtingen pas achteraf. Aldus laat ik me opzwepen door het swingende Preludium in c BWV999, mijmer ik op de zachte, bijna amechtige tinkeling van het clavecimbel in het Grave uit de Sonate in a BWV1003 en laat ik me meevoeren in de donkere, geheimzinnige nagalm van de Sarabande in g BWV954, oorspronkelijk geschreven voor, jawel, de luit. Ik hoor vooral hoe aandachtig Guglielmi speelt, hoe helder qua stemvoering, afgewogen qua versieringen en genuanceerd qua dynamiek. En sterker nog: hij benut de dynamische mogelijkheden van een fortepiano in muziek van vóór Bachs kennismaking met het instrument. Hoe erg is dat?

Margaretha Coornstra


 Pianist magazine, augustus 2015

zaterdag 7 november 2015

Marion Cotillard als Jeanne d'Arc

HONEGGER
‘Jeanne d’Arc au bûcher’
Barcelona Symphony & Catalonia National Orchestra o.l.v. Marc Soustrot
Alpha 709 • DDD-76’
Uitvoering *****| Registratie ****



Jeanne d’ Arc heeft al vele filmregisseurs geïnspireerd, maar volgens mij is Roberto Rossellini met ‘Giovanna d'Arco al rogo’ (1954) de enige die zich baseerde op het libretto van Claudel en de muziek van Honegger.
Op deze Alpha-cd klinkt een live opgenomen, concertante uitvoering uit 2012, met Marion Cotillard in de titelrol. Alpha heeft ook een dvd uitgebracht, waarvan de trailer al bewijst dat Cotillard’s mimiek even subtiel is als haar stemgebruik. En ja, dan ga je toch verlangen naar een tweede enscenering.
Maar ook zonder decor weten Soustrot, vocalisten en orkest de luisteraar mee te slepen in het verhaal. Tijdens de rechtszitting met bisschop Porcus (Varken) als aanklager, die zich via tenor Yann Beuron van hoogdravende recitatieven bedient, met de blatende Schapen als jury en de Ezel als griffier. Of met de puntig neergezette scène VI (het kaartspel), eindigend in grommende koorbassen: Combutarur igne!’: ‘Laat haar omkomen in het vuur’! En ontzagwekkend is de verstilling als in de nevelige verten een lichtje opdoemt: de Koning is in aantocht.
Bij dit alles leef je intens mee met Jeanne, die al vastgebonden op de brandstapel staat. In haar flashbacks met de kinderliedjes, maar ook bij het wachten op de eerste pijn. Koude rillingen krijg je van de angst in haar heser wordende stem, die tenslotte breekt in een schorre kreet: ‘J’ai peur…!’ – ‘Ik ben bang…!’
Enig minpuntje vormt het slot: nadat de ziel van Jeanne haar brandende lichaam is ontstegen, volgt als koude douche een klaterend applaus. Kijk, en dat hadden de technici er nou beter af kunnen halen.

Margaretha Coornstra

Luister, juli 2015

vrijdag 6 november 2015

Oude muziek op nieuwe grond

De Organisatie Oude Muziek begeeft zich voor het eerst in de Flevopolder!
Sinds 1986 kennen veel concertgangers het Seizoen Oude Muziek, waarbij musici van naam en faam door heel Nederland trekken. Behalve, tot dusver, door de jongste provincie… 



Tekst: Margaretha Coornstra



Goede wijn behoeft geen krans, maar we stippen het graag nog eens aan: het Festival Oude Muziek, anno 1982 opgericht in ons bloedeigen Utrecht, is dan toch maar het allergrootste festival ter wereld op het gebied van oude muziek! En naast deze concentratie van concerten en coryfeeën in één stad en binnen tien dagen, heeft de Organisatie Oude Muziek sinds 1986 nog een tweede pijler, door directeur en programmeur Xavier Vandamme simpelweg aangeduid als ‘het Seizoen’. Concerten door musici van naam en faam worden tijdens het concertseizoen over heel Nederland verspreid, om vanaf lokale podia de oude muziek onder de mensen te brengen. 

“We zaten in heel Nederland, behalve nou uitgerekend in Flevoland,” erkent Vandamme. “Die provincie is eigenlijk onze blinde vlek gebleven.” Daarin gaat nu dus verandering komen, met een project dat de toepasselijke titel ‘Nieuw Land, Oude Muziek’ draagt.

Flevoland staat niet bekend als de gemakkelijkste provincie op cultureel gebied. Hoe komt dat eigenlijk?
 

“Het is inderdaad niet eenvoudig om daar iets op te zetten. Al weet ik dat er wel degelijk een concertpubliek zit. Maar Flevoland is eigenlijk ook een beetje het achterland van de Randstad: mensen hebben zich allang aangewend om voor concertbezoek even de trein te pakken naar Amsterdam. Terwijl Flevoland zelf echt prachtige concertlocaties heeft! Maar ja, sinds de maatregelen van meneer Zijlstra is het nog moeilijker geworden om op eigen houtje iets uit de grond te stampen en te denken: ‘O, dat financieren we gewoon met de ticketinkomsten, dat gaat wel goed.” Zo werkt het niet meer. Daarom hebben we contact gezocht met de provincie en lokale partners.”

Plantjes

Dat contact leverde een genereus gebaar op: “De provincie Flevoland heeft ons toegezegd dat ze gaan investeren. En dan niet één jaar, maar meteen vijf jaar! Dat is echt uitzonderlijk hoor, dat ze die investeringslogica aandurven. Zelf hebben we voor het Seizoen trouwens ook altijd als regel gehanteerd: als we ergens beginnen met concerten, houden we het ook minimaal drie jaar vol, want pas dan kun je beoordelen of zo’n locatie ‘het doet’. Je moet de jonge plantjes die je uitzet ook de kans geven om te groeien. Maar dat moet je dan liefst samen doen met partners die daar de grond al langer bewerken, om de beeldspraak maar even vol te houden. Want die kennen hun publiek, het zijn goede marketeers, en samen ben je nu eenmaal veel slimmer.”
Daarom is de Organisatie Oude Muziek ook de samenwerking aangegaan met lokale partners, als bijvoorbeeld Agora in Lelystad en ’t Voorhuys in Emmeloord. “We zijn uiteraard heel erkentelijk voor hun betrokkenheid, want die is echt noodzakelijk. En we laten onze lokale partners ook met elkaar samenwerken, als een soort van vennootschap. Met elkaar zetten we de schouders eronder om een publiek bijeen te brengen, bijvoorbeeld via abonnementjes die over de gemeentegrenzen heengaan. Op die manier kun je elkaar versterken.”

Het zijn ook niet de eersten de besten die dit seizoen de polders aandoen: Paul van Nevel met zijn Huelgas Ensemble, Bob van Asperen, La Divina Armonia…

“Klopt, dat is het grote verschil dat wij willen maken. Dit is ook een project van ‘De makers ván’. Kijk, als Organisatie Oude Muziek zijn we een oude boom, die diepgeworteld is en inmiddels een hoge internationale kruin heeft. Dus ik vind dat ook zo’n concertreeks in Flevoland op topniveau moet zijn. Zeker de mensen die pas beginnen met klassieke muziek moet je confronteren met het aller-, allerbeste. Dat is jouw kans om mensen zozeer aan te spreken dat ze denken: ‘Ik wil hier meer van’. En ja, wie dan eenmaal wat verder met de materie vertrouwd is geraakt, kan wel een wat slechter concert incasseren en denken: ‘Och nou ja, volgende keer beter.’ Maar de eerste kennismaking moet op het allerhoogste niveau, als voorwaarde om mensen te laten terugkomen. Of dat allemaal ook werkelijk lukt is natuurlijk vers twee, haha. Je kunt wel alles willen en heel ambitieus zijn, maar de praktijk moet uitwijzen of het werkt.”

Feng Shui
Op 3 november wordt het seizoen ‘Nieuw Land, Oude Muziek’ groots en meeslepend ingeluid met de Nacht van de Oude Muziek. (Let overigens wel op: twee dagen tevoren al, namelijk op 1 november, speelt klavecinist Bob van Asperen in het Kerkje op Schokland!) Deze happening is tegelijk de aftrap van het gloednieuwe festival ‘Who’s Next?!’, een ‘dochterevenement’ van het Festival Oude Muziek, maar dan toegesneden op de jeugd.

Xavier Vandamme is erg enthousiast over de even aangename als illustere locatie waar beide evenementen ten doop worden gehouden, te weten de Schouwburg Almere.
“Ben je er weleens geweest? Wat een ongelofelijk gebouw, het zweeft grotendeels boven het water en is helemaal ontworpen door Japanse architecten. Ik zou er willen wónen, echt…! Het is extreem strak en modern, maar toch ook weer niet het zoveelste gebouw met rechte lijnen, het heeft tegelijk een heel menselijke maat. Ik denk dat ze er de Feng Shui-filosofie op losgelaten hebben en dat er ook een heleboel Gulden Snedes in verstopt zitten…”


Sowieso zijn de settings in Flevoland heel anders dan in de stad Utrecht met al zijn historie, mijmert hij: “Ik ervaar het als een soort van speeltuin waarin je van alles kunt gaan uitproberen. Ik vind het heerlijk om, bij wijze van spreken, ook eens even mijn andere hersenhelft te gebruiken. Bovendien ben ik zelf een zuiderling, ik kom uit Brussel, dus voor mij is het bijzonder om op een plek te komen waarvan je weet dat die honderd jaar geleden nog helemaal onder water stond! Een fascinerende gedachte ook dat daar mensen zijn gaan wonen zonder er voorouders te hebben. Pioniers, die met iets helemaal nieuws durfden te beginnen. Oké, we hebben ook het Kerkje op Schokland, dat is dan wel weer een oude locatie en in een heel bijzondere, zelfs prehistorische omgeving. Daar zijn we natuurlijk toch weer heel blij mee.”

Nu zijn er wel meer klassieke evenementen in de polder, zoals ‘Travelling in Baroque’, het festival van het Apollo Ensemble… 
“O zeker, maar dat is een festival en die ambitie hebben wij totaal niet. Wij zijn geen concurrent, want wij willen de concerten verspreiden over het seizoen: daar heb je die spreidingslogica weer. We brengen sowieso acht concerten, maar daar bovenop komt nog eens een Kerstconcert in het kerkgebouw Goede Rede in Almere. Jarenlang is daar een Kerstconcert geweest met klassieke muziek, en dat was altijd een groot succes. Maar twee jaar geleden is men daarmee gestopt. Waarom? Dat weet ik eigenlijk niet; wel dat veel mensen erg jammer vonden. Dus hebben wij tegelijk die oude traditie ook maar weer nieuw leven ingeblazen.”

Zie ook www.nieuwlandoudemuziek.nl


i.o.v. Luister 709, september 2015

'Mijn Stad': Sytse Buwalda over Zwolle


Countertenor Sytse Buwalda (49) verhuisde in 2006 naar Zwolle. 
Naast zijn zangcarrière is hij sinds 2013 initiatiefnemer en programmeur van de Zwolse Muziekkamer. 

door Margaretha Coornstra

Hoe raakte je in Zwolle verzeild?
“In 2005 werd ik 2005 voor een productie van Schatkameropera. Op dat moment woonde ik nog in Duitsland, maar ik overwoog al om weer naar Nederland te verhuizen. Wat daarbij meespeelde was dat mijn ouders langzamerhand op leeftijd kwamen en ik dichterbij hen wilde wonen. Ik was uit mezelf nooit op het idee van Zwolle als woonplaats gekomen, maar toen ik rondkeek, dacht ik: ‘Goh, leuke stad!’ Nu werd die operavoorstelling gerepeteerd en uitgevoerd in het Stedelijk Museum, waarvan Aranka Wijnbeek destijds conservator was. Via Aranka heb ik ook mijn huidige woning ontdekt.”

Wat geeft jou het echte Zwolle-gevoel?
“Dat je, zodra je met mensen praat, het idee krijgt dat je eigenlijk in een dorp woont. Een dorpse mentaliteit.”

Moeten we dat opvatten als compliment?
“O ja, zeker! Ik ben zelf geboren en getogen in een dorp, Zuiderwoude in Noord-Holland. Mijn vader was daar ‘bovenmeester’ en ik ben in mijn hart altijd een dorpsmens gebleven. In grote drukke steden voel ik me niet thuis.”

Wat mag nooit uit Zwolle verdwijnen?
“De cultuur. Ik vind dat Zwolle een mooi cultuuraanbod heeft. We hebben een conservatorium, gezelschappen als Kameroperahuis en Schatkameropera, musea als De Fundatie en het Stedelijk, de Verhalenboot, twee prachtige theaters met een interessante programmering… En dan zijn er nog de kleinere podia, zoals de Doopsgezinde Kerk of mijn eigen Zwolse Muziekkamer, haha! Maar vergeet ook niet de festivals, zoals het Stadsfestival en het Internationaal Gitaar Festival… Nee echt, er gebeuren hier mooie dingen.”

Fijnste akoestiek voor een zanger?
“Ik zing graag in de Doopsgezinde Kerk, al is daar eigenlijk nét iets te veel galm… De bonbonnière in Odeon is prachtig, maar daar klinkt het weer een beetje te droog. Moet ik een keuze maken? Dan ga ik voor de Dominicanenkerk. In De Spiegel heb ik nog nooit gezongen, maar ik denk wel telkens als ik er zit: ‘Wat is dit eigenlijk een mooie zaal!’”
 

Wat mag per direct verdwijnen?
“Dat afgrijselijke winkelcentrum uit de jaren zestig, tegenover de Broerenkerk, waar nu V&D zit! Daar schijnt een heel mooie kerk te hebben gestaan, de Sint Michaëlskerk. Die hebben ze nota bene afgebroken voor die stijlloze, naargeestige betonblokken.”

Favoriet restaurant?
“Nou, ik ga eigenlijk zelden uit eten. Maar soms neem ik een paar vrienden mee naar BaiYok, aan de Diezerpoortenplas. Een fantastisch Thais restaurant.”

Mooiste wandeling?
“Ik ben ’s ochtends vaak vroeg wakker. Dan maak ik voor het ontbijt graag een stevige wandeling langs de Agnietenberg en de Agnietenplas en dan via het dijkje terug. Dat is ongeveer zes kilometer.”

Welke winkel kun je niet voorbijlopen? 
“Tja, ik ben een kringloper pur sang. Kringloopwinkels en antiekhandels, daar snuffel ik graag rond. Nu vind je in Zwolle nauwelijks antiquairs, maar we hebben wel zaken als de Stichting Kringloop, Harry’s Kringloophal, Hebbus of MijnTafel.”

Meest bijzondere plek?
“Het Stedelijk Museum natuurlijk…! Want daar is het allemaal begonnen.”


(de Stentor, 5-11-2015)

dinsdag 3 november 2015

Een Nieuw Begin: veganisme

"Ik ben nu een deel van de oplossing, niet van het probleem"


Chantal Dute (25) doet aan hardlopen en krachttraining. Sinds anderhalf jaar leeft ze volledig veganistisch. En dat blijkt makkelijker dan ze dacht.

 door Margaretha Coornstra

“Vorig jaar besloot ik om veganist te worden. Ik was toen al vijf jaar vegetariër. Maar ik dacht nog altijd: ‘Veganisme lijkt me zo’n gedoe, wat kun je dan nog wél eten?’ Tot een filmpje op Facebook de doorslag gaf. Ik zag opeens hoe inefficiënt het is: eerst graan en soja aan dieren voeren zodat daar uiteindelijk een product voor de mens uitkomt, namelijk vlees en zuivel. Waarom halen we het dier niet uit de voedselketen en laten we de granen direct bij de mens terechtkomen? Daarnaast woog een enkel moment van smaakplezier voor mij niet meer op tegen het dierenleed. Denk aan koeien die jaarlijks opnieuw geïnsemineerd worden en hun kalfjes niet bij zich mogen houden.

Er zijn veel misverstanden over veganisme. Zo denken mensen vaak dat veganistisch eten veel duurder zou zijn. Nou, ik doe mijn boodschappen in de gewone supermarkt. Alleen heel soms ga ik naar een biowinkel. Nog een misverstand zie ik vooral in sportkringen. Zelf doe ik aan hardlopen en krachttraining. Bij veel sporters leeft nog steeds het idee dat je geen spiermassa kunt opbouwen zonder dierlijke eiwitten. Toch ben ik pas met zware krachttraining begonnen nadát ik veganist was geworden, en het gaat prima!

Voor mij betekent het veganisme een ommekeer. Vroeger gooide ik gedachteloos mijn winkelmandje vol. Nu bestudeer ik de etiketten en vraag ik me af welke wasmiddelen op dieren zijn getest. Mijn ogen zijn geopend, de blinde vlek is verdwenen. Dat is soms wel moeilijk in een wereld waarin het normaal is om dieren te exploiteren, te doden en te gebruiken. De meeste mensen kijken weg of praten het goed.

Maar belangrijker zijn de voordelen. Ik ben nu een deel van de oplossing, niet van het probleem. Door plantaardig te eten red je dierenlevens én de planeet; denk aan de wereldvoedselverdeling en de opwarming van de aarde. 
Twee fijne bijkomstigheden: ik voel me veel fitter en ik heb beter leren koken en bakken. Veganisme dwingt je creatief te zijn. Ik heb nog nooit zo lekker en veelzijdig gegeten als nu! Oké, ik kan geen brownies van de bakker meer eten. Maar voor mijn zelfgemaakte brownies heeft geen dier hoeven lijden en dat voelt goed.
En verder heb ik veel leuke en lieve mensen leren kennen binnen de vegan community. Mensen met compassie. Een verademing in een wereld waarin de meesten vooral aan zichzelf denken. Ja, de keuze voor veganisme is één van de beste die ik ooit heb gemaakt.”

De Stentor, katern Hart & Ziel, 03-11-2015

'Een nieuw begin': een vierde baby én debuut als opa

Gert Toorn (47) is in juni 2015 hertrouwd en verhuisd. Onlangs werd hij voor de vierde keer vader (van Pepijn) én maakte hij zijn debuut als opa (van Naomi).

door Margaretha Coornstra

“Rond Kerst 2014 vertelden mijn zoon en schoondochter ons dat ze papa en mama zouden worden. Op dat moment wisten Alie en ik al wij ook een kleine zouden krijgen. Maar ja – dan wil je hún moment niet meteen ondersneeuwen hè? Dus we hebben een paar dagen gewacht voordat we het hun vertelden. Ja, ze sloegen eerst wel steil achterover. Maar vervolgens hebben Alie en mijn schoondochter samen gezellig ervaringen uitgewisseld tijdens de zwangerschap.
 

Nu hadden Alie en ik ieder al drie kinderen. Dus nu hebben we er samen zeven. We zijn ook pas hierheen verhuisd. Dit huis dateert uit 1910 en we hebben het zelf helemaal verbouwd. In juni zijn we getrouwd en hier komen wonen. Op 31 juli werd mijn kleindochter Naomi geboren. En iets meer dan een week later kwam onze Pepijn, op 8 augustus. Dus Pepijn is hier in ons nieuwe huis ter wereld gekomen, dat was mooi. En Pepijn is officieel de oom van Naomi, hoewel hij een week jonger is, haha! Wel een bijzonder idee, hè?
Mijn oudste zoon is nu voor het eerst vader. Hij en ik kletsen samen over de baby’s, we sturen fotootjes heen en weer, alles. Echt heel leuk. 
Zelf ervaar ik wel een enorm verschil in beleving van zo’n ‘tweede leg’. Kijk, zelf werd ik op mijn twintigste voor het eerst vader. En dat was natuurlijk mooi. Begrijp me goed: het wonder van de geboorte, dat was voor mij bij elk kind even mooi! Maar als jonge ouder wórd je als het ware geleefd. Dan durf je niet zo makkelijk je mond open te doen als de kraamvisite uren blijft plakken. Nu zeg ik gewoon: “Dan-en-dan schikt het ons, van drie tot vier uur zijn jullie welkom!” Punt. Ik kan nu zelf ook veel beter mijn tijd indelen. Toen mijn andere kinderen klein waren, werkte ik nog in loondienst als kapper. Nu heb ik mijn eigen kapsalon. Dus ik neem op woensdagmorgen gewoon vrij. Bijvoorbeeld om met Pepijn naar het consultatiebureau te gaan.
 

Het mooie van het grootvaderschap? Nou ja, ten eerste dat kleinkind, hè? Kijk haar daar nou zitten, Naomi…! Maar ten tweede is het geweldig om als vader je eigen kind zó gelukkig te zien. En zo zorgzaam en verantwoordelijk. Dat ontroert me, dat vervult me met trots. 
Ja, 47 lijkt tamelijk oud om opnieuw vader te worden. Maar daar heb ik totaal geen moeite mee! Ik ga straks als vijftiger ook met alle plezier tussen de jonge ouders op het schoolplein staan. Waarom niet?”

(de Stentor, katern Hart&Ziel, 27-10-2015)

donderdag 22 oktober 2015

De 35ste Hanzesteden Orgeltocht

Maarten Seijbel
Al 35 jaar houdt menige orgelvriend de laatste zaterdag van oktober vrij in zijn agenda. Want dat is de dag van de Hanzesteden Orgeltocht.

door Margaretha Coornstra

Zwelwerk. Schepbalg. Windlade. Tremulant. Wonderlijke termen die in een Harry Potterboek niet zouden misstaan. Toch hebben we het hier over een nuchter Hollands ambacht: orgelbouw. Daar komt geen toverij aan te pas, wel veel natuurkunde en techniek. En dit aspect, gevoegd bij het ‘afstandelijke’ imago van het kerkorgel, zou een drempel kunnen opwerpen: is zo’n Hanzesteden Orgeltocht dit niet een erg nerdy gebeuren? 
Maarten Seijbel schiet in de lach. “Nee hoor,” troost hij, “het is beslist niet zo dat je er verstand van moet hebben. We hebben een uitgebreid programmaboek waarin van alles wordt uitgelegd. En ook de organisten houden vooraf een praatje. Want ons publiek bestaat dan wel uit orgelliefhebbers, maar ook binnen die groep heb je weer allerlei gradaties. Zoals mensen die wel van orgelmuziek houden, maar geen flauw benul hebben van orgeltechniek. Dus iedereen kan aanhaken, we proberen het echt zo toegankelijk mogelijk te maken.”Maarten Seijbel, oud-hoofdorganist van de Grote Kerk te Elburg, is initiator en organisator van de Hanzesteden Orgeltochten. “Ik heb in die 35 jaar alle Nederlandse Hanzesteden wel aangedaan,” weet hij zeker. 
Wat maakt een orgel nou precies de moeite waard? “Moeilijk te zeggen, dat verschilt per instrument. In die Hanzesteden hangen vaak mooie, maar ook heel diverse orgels. Groot, klein, barok, romantisch…”
 

Dit jaar voert de Orgeltocht langs Zwolle en Elburg. “We beginnen in de Zwolse Broerenkerk, die nu bekend staat als Waanders in de Broeren. Het is de eerste keer dat ik dat Scheuer-orgel uit 1826 in de Orgeltocht heb opgenomen.” Vervolgens, licht hij toe, zal het gezelschap zich naar de Onze Lieve Vrouwe Basiliek begeven: “Daar staat een orgel met historische kas en een binnenwerk uit 1894 van Maarschalkerweerd. Een prachtig romantisch orgel…”
Wat moeten we ons daarbij voorstellen, ‘een romantisch orgel’? Wat merk je daarvan als leek? “Nou, de romantische orgels zijn doorgaans lieflijker van toon dan de barokorgels. Ze hebben doorgaans een milder timbre.” 
Overigens is Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915) wel een figuur om bij stil te staan. Dit jaar herdenkt orgelminnend namelijk Nederland de honderdste sterfdag van de Utrechtse orgelbouwer. Zijn grootste orgel, daterend uit 1891, hangt pontificaal in het Amsterdamse Concertgebouw. Ook veel Nederlandse kerken hebben een Maarschalkerweerd-orgel in huis. “Vooral katholieke kerken, omdat hij zelf ook katholiek was,” zegt Seijbel. “Destijds waren de verschillende geloofsopvattingen nogal streng gescheiden.” 

In het Elburgse gedeelte van deze Orgeltocht duikt de naam van Maarschalkerweerd andermaal op. Een tentoonstelling rond ’s mans leven en werk, getiteld ‘De klank tussen hemel en aarde’, is namelijk net van de Utrechtse Nicolaïkerk naar het Museum Elburg verhuisd. Documenten, ontwerptekeningen en werktuigen, maar ook opstellingen uit zijn werkplaats schetsen een beeld van de grote orgelbouwer of ‘orgelfabrikant’ zoals hij zichzelf betitelde.
En ja, wie Elburg zegt, zegt ook Nationaal Orgelmuseum. Opgericht in 1977 door – jawel! − Maarten Seijbel, is het instituut inmiddels gehuisvest in het middeleeuwse stadskasteel. Nota bene schuin tegenover de Grote Kerk, waar zich het roemruchte Quellhorst-orgel bevindt. En ook het Orgelmuseum zelf herbergt enkele interessante kleine orgels. De nieuwste aanwinst prijkt sinds kort in de hal: “Pas gerestaureerd, met een binnenwerk uit 1650 en een kas uit 1750,” meldt Seijbel voldaan.

Natuurlijk wordt er op 31 oktober niet alleen gepraat en gekeken, maar vooral geluisterd. Vier organisten zullen de instrumenten tot klinken brengen: Harm Jansen, Gerard Keilholtz, Sander van den Houten en Ab Weegenaar. Wie meer wil weten over de Hanzesteden Orgeltocht kan zich wenden tot Maarten Seijbel, via m.seijbel.1@kpnmail.nl.


&-katern De Stentor, 8.10.2015

'Zo doen wij dat':

"Beoordeel niemand op uiterlijk of achtergrond"
Lay-out in de Stentor, 06-10-2015
De familie: 
Rudolf de Gunst (44), werkzaam bij een boomkwekerij
Lusine Grigoryan (35), visueel ontwerper en fotograaf
Marten (13)
Fabian (11)

door Margaretha Coornstra



Vrouwenemancipatie is een groot goed
Lusine: “Mijn vader was een gewelddadige man. Mijn moeder moest vaak blauwe plekken wegschminken. Toen er in 1988 oorlog met Azerbeidzjan kwam, vocht mijn vader mee. Men zag hem als een oorlogsheld. Maar hij werd steeds agressiever. Hij had al zijn wapens mee naar huis genomen. Bij elk wissewasje bedreigde hij mijn moeder daarmee. Er hoefde maar een boek verkeerd te liggen of hij greep naar zijn geweer. In 1997 zijn we bij hem weggevlucht. Eerst naar Rusland, naar Karelië, waar mijn moeders familie woonde. Daar kregen we nog steeds dreigtelefoontjes van mijn vader. Toen heeft iemand ons geholpen om in 1999 naar Nederland te vluchten.”
Rudolf: “Die reden om te vluchten werd door de IND eerst niet erkend. ‘Relationele problemen komen hier ook voor’ zeiden ze.”
Lusine: “Maar in Armenië liggen de man/vrouw-verhoudingen heel anders. Vrouwen zijn meestal economisch afhankelijk van hun man. Op straat lopen ze er modern bij, met korte rokken en hoge hakken. Maar achter de voordeur is hun enige recht het aanrecht. Als gescheiden vrouw ben je zowat een paria. En mijn vader was vuurwapengevaarlijk. Voor die situatie zijn we gevlucht.”
Rudolf: “Ik heb Lusines vader nog nooit gezien. Een raar idee dat hij de opa van onze jongens is.” Marten: “We zien hem niet als opa. We kennen de verhalen, maar we hebben het zelf niet meegemaakt. Dus voor ons voelt het anders. Op school praat ik er niet vaak over. Maar iedereen weet wel dat mijn familie Armeens is. En ook dat de reden om hierheen te komen niet leuk was.”

Vooroordelen maken veel kapot 
Lusine: “Wat we niet hadden verwacht: dat we in Nederland eerst als een soort crimineel werden behandeld. Gefouilleerd, medisch onderzocht, gewantrouwd. En we ontdekten hoe eenzaam je eerst bent, als vluchteling! Je kent niemand, je spreekt de taal niet, je moet vanaf nul beginnen. Ik heb in verschillende opvangcentra gezeten. In Oldebroek leerde ik Rudolf kennen. Ik had, evenals veel andere AZC’ers, een vakantiebaantje bij de boomkwekerij waar hij werkte. Rudolf was daar een van de weinigen zonder vooroordelen tegen asielzoekers.”
Rudolf: “Sterker nog: ik was tegen mensen mét vooroordelen. In die tijd had je de LPF. Die aanhang was toch wel vergelijkbaar met veel PVV’ers nu.” 
Lusine: “Op een zaterdagnacht kwam er een troep discogangers met stokken naar ons AZC. Ze gooiden stenen door de ramen. Heel angstaanjagend.”
Rudolf: “Stenen gooien door een raam waarachter mensen met een baby zitten! Zelf kwam ik vaak in het AZC op bezoek. Daar zaten Irakezen, Armeniërs, Iraniërs, Somaliërs, Georgiërs…  Ik heb daar voornamelijk aardige mensen leren kennen. Als ik nu hoor hoe Nederlanders elkaar angst aanpraten voor vluchtelingen, denk ik: ze weten totaal niet over wie ze het eigenlijk hebben!”
Lusine: “Marten en Fabian hebben geleerd dat er meer mensen op de wereld zijn dan alleen Nederlanders en Armeniërs. En dat je niemand mag beoordelen op uiterlijk of achtergrond.”

Geloof laat zich niet afdwingen
Lusine: “Ik ben Armeens-Orthodox opgevoed. Ik vond het meer een traditie dan een geloof. Er was een grote afstand tussen de priesters in hun zwarte gewaden en de kerkgangers. De liturgieteksten waren in een oud-Armeens  dat niemand verstond. Pas in Nederland heb ik echt iets over het christendom en de Bijbel geleerd.”
Rudolf: “Ik ben opgevoed met het Leger des Heils. Als kind moest ik altijd mee naar de samenkomsten. Nu bezoekt Lusine af en toe nog weleens een kerkdienst. De jongens mógen mee, ze hoeven niet. Ze zitten ook op christelijke scholen, maar uiteindelijk bepalen ze zelf wat ze geloven. Vrijheid is voor ons ontzettend belangrijk.”

Open communicatie vergt gelijkwaardigheid 
Fabian: “Mijn moeder is een bekende figuur op mijn school, want ze komt vaak foto’s maken.”
Lusine: “Ik wil graag bij de school betrokken zijn. Zelf ben ik als kind zó verlegen geweest! Het verbaasde me toen hoeveel zelfvertrouwen andere kinderen hadden. Vooral diegenen van wie de vader of moeder leraar was. In Armenië is veel eerbied voor gezagsrelaties. Daar voelen ouders zich nog wat onderdanig tegenover de juf of meester. Maar ik wil juist op basis van gelijkwaardigheid met de leerkrachten communiceren. Daarom help ik graag mee.
We hebben Marten en Fabian bewust niet tweetalig opgevoed, omdat ik hoorde dat allochtone kinderen vaak een taalachterstand hadden. Ik dacht: ‘Dat mag míjn kinderen niet gebeuren!’ Achteraf pas lazen we dat een tweetalige opvoeding ook juist goed kan zijn. Intussen kennen ze wel wat Armeens, hoor.”
 

Respecteer elkaars interesses
Rudolf: “Lusine en ik hebben totaal verschillende interesses. Maar we geven elkaar de ruimte. Vrienden vragen weleens verbaasd: “Mag jij zóveel voetbal kijken van je vrouw?’ Dat hoeven zij thuis niet te proberen, haha! Maar Lusine zit meestal achter haar laptop...” 
Lusine: “Ik weet dat Rudolf voetbal heel erg leuk vindt. Daarom laat ik hem gewoon kijken. Omgekeerd wil ik immers ook graag doen wat ík leuk vind? Terwijl hij kijkt, ben ik lekker bezig met ontwerpen en foto’s bewerken.”
Rudolf: “Soms moet ik wel de tv iets zachter zetten.”

Wees benaderbaar voor je kinderen
Rudolf: “We maken thuis veel grappen samen, echt heel melig soms…”
Lusine: “Ik wil als opvoeder geen machthebber zijn. Ik ben liever een soort vriend. Ik denk dat je qua sfeer moet kunnen afstemmen. Als jij niet met je kinderen kunt meelachen, mag je ook niet verwachten dat ze daarna wel meegaan in jouw ernst. Ik leg ze ook uit waaróm we sommige dingen verbieden. Ze moeten het kunnen begrijpen! Als kind vroeg ik telkens: ‘Waarom?’ Dan kreeg ik geen antwoord.” 
Rudolf: “Met mijn vader heb ik weinig echte gesprekken gehad. Zelf streef ik ernaar dat mijn kinderen me in vertrouwen durven nemen als hun iets dwarszit. Ik wil benaderbaar zijn. Al hecht ik wel aan respect voor ouderen. Als trainer bij het jeugdvoetbal stond ik soms versteld van de grote mond die sommige kleintjes hadden…! Dat bedoelden ze niet altijd brutaal, ze wisten niet beter.”
Lusine: “Natuurlijk moeten kinderen beleefd blijven. Maar echteverlegenheid kan je enorm beperken in je ontwikkeling! We zijn heel blij dat Marten en Fabian vrijmoedig met iedereen kunnen praten.”


(de Stentor, katern Hart & Ziel, 6-10-2015)