donderdag 29 januari 2015

Eredoctoraat theologie voor Masaaki Suzuki



door Margaretha Coornstra
Foto bij artikel: Freddy Schinkel




KAMPEN – Een Japans musicus, die een eredoctoraat krijgt van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Kampen. Ja, zelf was hij ook heel verbaasd, zegt Masaaki Suzuki: “Ik wist niet eens dat er zoiets als een eredoctoraat bestond. En dan nog had ik nooit kunnen bedenken dat ik doctor in de theologie zou worden.”

Het is inderdaad een speciale gebeurtenis, bevestigt zijn erepromotor, prof. dr. Kees de Ruijter. “Sowieso is dit het eerste eredoctoraat dat onze universiteit toekent.”

Aanleiding vormt de integrale opname van de Bachcantates (1995-2013) bij het Zweedse label BIS. In zijn thuisstad Kobe richtte organist, klavecinist en dirigent Suzuki daartoe het inmiddels beroemde Bach Collegium Japan op. Het resultaat oogst wereldwijd bewondering.

En ja, zo redeneert hoogleraar De Ruijter: in aanmerking genomen dat het woord ‘theo-logie’ immers ‘kennis over God’ betekent, heeft Masaaki Suzuki een bijzondere bijdrage geleverd. “In de geniale ambachtelijkheid van Bachs muziek vraagt u zo tot op vandaag de aandacht voor Gods eer, in de onvervalste traditie van Luther,” zo spreekt hij Suzuki toe in zijn ‘laudatio’ oftewel de lofrede.

Nu genoot Masaaki Suzuki zelf in Japan een christelijke opvoeding. Nog altijd is hij lid van de Reformed Church aldaar, waar hij in 1995 ook het Geneefse psalter invoerde. Het vrije ritme van de psalmmelodie├źn past eigenlijk ook beter bij de Japanse taal, legt hij uit: “De psalmen hebben niet de strakke ritmiek van bijvoorbeeld lutherse koralen. Die zijn toegesneden op de Germaanse talen, die meer accenten kennen. Maar het Japans heeft, een beetje net als het Chinees, niet zozeer accenten als wel verschillen in toonhoogte. Daarom zijn de psalmen z├│ in het Japans vertaald, dat de teksten qua betekenis mooi met de melodiek samenvallen.”

Suzuki voelt zich in het geloof zeer verbonden met Bach. Al wil hij niet beweren dat je christen moet zijn om Bachs muziek goed te interpreteren, stelt hij nadrukkelijk. “Maar enkele dingen meen ik iets beter te begrijpen door mijn geloof. Een voorbeeld? Nou, het begin van de Johannes Passion, ‘Herr, unser Herrscher’. Dat moet je niet alleen maar luid zingen, maar ook vanuit overtuiging, met een bepaalde devotie… Zelf meen ik soms te horen of die er wel of niet is, maar dat is mijn subjectieve beleving.” Glimlachend: “Bovendien is het niet aan mij om dat te beoordelen, maar aan het publiek. En uiteindelijk aan God.”

© Margaretha Coornstra i.o.v. de Stentor, 28-01-215