zaterdag 7 november 2015

Marion Cotillard als Jeanne d'Arc

HONEGGER
‘Jeanne d’Arc au bûcher’
Barcelona Symphony & Catalonia National Orchestra o.l.v. Marc Soustrot
Alpha 709 • DDD-76’
Uitvoering *****| Registratie ****



Jeanne d’ Arc heeft al vele filmregisseurs geïnspireerd, maar volgens mij is Roberto Rossellini met ‘Giovanna d'Arco al rogo’ (1954) de enige die zich baseerde op het libretto van Claudel en de muziek van Honegger.
Op deze Alpha-cd klinkt een live opgenomen, concertante uitvoering uit 2012, met Marion Cotillard in de titelrol. Alpha heeft ook een dvd uitgebracht, waarvan de trailer al bewijst dat Cotillard’s mimiek even subtiel is als haar stemgebruik. En ja, dan ga je toch verlangen naar een tweede enscenering.
Maar ook zonder decor weten Soustrot, vocalisten en orkest de luisteraar mee te slepen in het verhaal. Tijdens de rechtszitting met bisschop Porcus (Varken) als aanklager, die zich via tenor Yann Beuron van hoogdravende recitatieven bedient, met de blatende Schapen als jury en de Ezel als griffier. Of met de puntig neergezette scène VI (het kaartspel), eindigend in grommende koorbassen: Combutarur igne!’: ‘Laat haar omkomen in het vuur’! En ontzagwekkend is de verstilling als in de nevelige verten een lichtje opdoemt: de Koning is in aantocht.
Bij dit alles leef je intens mee met Jeanne, die al vastgebonden op de brandstapel staat. In haar flashbacks met de kinderliedjes, maar ook bij het wachten op de eerste pijn. Koude rillingen krijg je van de angst in haar heser wordende stem, die tenslotte breekt in een schorre kreet: ‘J’ai peur…!’ – ‘Ik ben bang…!’
Enig minpuntje vormt het slot: nadat de ziel van Jeanne haar brandende lichaam is ontstegen, volgt als koude douche een klaterend applaus. Kijk, en dat hadden de technici er nou beter af kunnen halen.

Margaretha Coornstra

Luister, juli 2015

vrijdag 6 november 2015

Oude muziek op nieuwe grond

De Organisatie Oude Muziek begeeft zich voor het eerst in de Flevopolder!
Sinds 1986 kennen veel concertgangers het Seizoen Oude Muziek, waarbij musici van naam en faam door heel Nederland trekken. Behalve, tot dusver, door de jongste provincie… 



Tekst: Margaretha Coornstra



Goede wijn behoeft geen krans, maar we stippen het graag nog eens aan: het Festival Oude Muziek, anno 1982 opgericht in ons bloedeigen Utrecht, is dan toch maar het allergrootste festival ter wereld op het gebied van oude muziek! En naast deze concentratie van concerten en coryfeeën in één stad en binnen tien dagen, heeft de Organisatie Oude Muziek sinds 1986 nog een tweede pijler, door directeur en programmeur Xavier Vandamme simpelweg aangeduid als ‘het Seizoen’. Concerten door musici van naam en faam worden tijdens het concertseizoen over heel Nederland verspreid, om vanaf lokale podia de oude muziek onder de mensen te brengen. 

“We zaten in heel Nederland, behalve nou uitgerekend in Flevoland,” erkent Vandamme. “Die provincie is eigenlijk onze blinde vlek gebleven.” Daarin gaat nu dus verandering komen, met een project dat de toepasselijke titel ‘Nieuw Land, Oude Muziek’ draagt.

Flevoland staat niet bekend als de gemakkelijkste provincie op cultureel gebied. Hoe komt dat eigenlijk?
 

“Het is inderdaad niet eenvoudig om daar iets op te zetten. Al weet ik dat er wel degelijk een concertpubliek zit. Maar Flevoland is eigenlijk ook een beetje het achterland van de Randstad: mensen hebben zich allang aangewend om voor concertbezoek even de trein te pakken naar Amsterdam. Terwijl Flevoland zelf echt prachtige concertlocaties heeft! Maar ja, sinds de maatregelen van meneer Zijlstra is het nog moeilijker geworden om op eigen houtje iets uit de grond te stampen en te denken: ‘O, dat financieren we gewoon met de ticketinkomsten, dat gaat wel goed.” Zo werkt het niet meer. Daarom hebben we contact gezocht met de provincie en lokale partners.”

Plantjes

Dat contact leverde een genereus gebaar op: “De provincie Flevoland heeft ons toegezegd dat ze gaan investeren. En dan niet één jaar, maar meteen vijf jaar! Dat is echt uitzonderlijk hoor, dat ze die investeringslogica aandurven. Zelf hebben we voor het Seizoen trouwens ook altijd als regel gehanteerd: als we ergens beginnen met concerten, houden we het ook minimaal drie jaar vol, want pas dan kun je beoordelen of zo’n locatie ‘het doet’. Je moet de jonge plantjes die je uitzet ook de kans geven om te groeien. Maar dat moet je dan liefst samen doen met partners die daar de grond al langer bewerken, om de beeldspraak maar even vol te houden. Want die kennen hun publiek, het zijn goede marketeers, en samen ben je nu eenmaal veel slimmer.”
Daarom is de Organisatie Oude Muziek ook de samenwerking aangegaan met lokale partners, als bijvoorbeeld Agora in Lelystad en ’t Voorhuys in Emmeloord. “We zijn uiteraard heel erkentelijk voor hun betrokkenheid, want die is echt noodzakelijk. En we laten onze lokale partners ook met elkaar samenwerken, als een soort van vennootschap. Met elkaar zetten we de schouders eronder om een publiek bijeen te brengen, bijvoorbeeld via abonnementjes die over de gemeentegrenzen heengaan. Op die manier kun je elkaar versterken.”

Het zijn ook niet de eersten de besten die dit seizoen de polders aandoen: Paul van Nevel met zijn Huelgas Ensemble, Bob van Asperen, La Divina Armonia…

“Klopt, dat is het grote verschil dat wij willen maken. Dit is ook een project van ‘De makers ván’. Kijk, als Organisatie Oude Muziek zijn we een oude boom, die diepgeworteld is en inmiddels een hoge internationale kruin heeft. Dus ik vind dat ook zo’n concertreeks in Flevoland op topniveau moet zijn. Zeker de mensen die pas beginnen met klassieke muziek moet je confronteren met het aller-, allerbeste. Dat is jouw kans om mensen zozeer aan te spreken dat ze denken: ‘Ik wil hier meer van’. En ja, wie dan eenmaal wat verder met de materie vertrouwd is geraakt, kan wel een wat slechter concert incasseren en denken: ‘Och nou ja, volgende keer beter.’ Maar de eerste kennismaking moet op het allerhoogste niveau, als voorwaarde om mensen te laten terugkomen. Of dat allemaal ook werkelijk lukt is natuurlijk vers twee, haha. Je kunt wel alles willen en heel ambitieus zijn, maar de praktijk moet uitwijzen of het werkt.”

Feng Shui
Op 3 november wordt het seizoen ‘Nieuw Land, Oude Muziek’ groots en meeslepend ingeluid met de Nacht van de Oude Muziek. (Let overigens wel op: twee dagen tevoren al, namelijk op 1 november, speelt klavecinist Bob van Asperen in het Kerkje op Schokland!) Deze happening is tegelijk de aftrap van het gloednieuwe festival ‘Who’s Next?!’, een ‘dochterevenement’ van het Festival Oude Muziek, maar dan toegesneden op de jeugd.

Xavier Vandamme is erg enthousiast over de even aangename als illustere locatie waar beide evenementen ten doop worden gehouden, te weten de Schouwburg Almere.
“Ben je er weleens geweest? Wat een ongelofelijk gebouw, het zweeft grotendeels boven het water en is helemaal ontworpen door Japanse architecten. Ik zou er willen wónen, echt…! Het is extreem strak en modern, maar toch ook weer niet het zoveelste gebouw met rechte lijnen, het heeft tegelijk een heel menselijke maat. Ik denk dat ze er de Feng Shui-filosofie op losgelaten hebben en dat er ook een heleboel Gulden Snedes in verstopt zitten…”


Sowieso zijn de settings in Flevoland heel anders dan in de stad Utrecht met al zijn historie, mijmert hij: “Ik ervaar het als een soort van speeltuin waarin je van alles kunt gaan uitproberen. Ik vind het heerlijk om, bij wijze van spreken, ook eens even mijn andere hersenhelft te gebruiken. Bovendien ben ik zelf een zuiderling, ik kom uit Brussel, dus voor mij is het bijzonder om op een plek te komen waarvan je weet dat die honderd jaar geleden nog helemaal onder water stond! Een fascinerende gedachte ook dat daar mensen zijn gaan wonen zonder er voorouders te hebben. Pioniers, die met iets helemaal nieuws durfden te beginnen. Oké, we hebben ook het Kerkje op Schokland, dat is dan wel weer een oude locatie en in een heel bijzondere, zelfs prehistorische omgeving. Daar zijn we natuurlijk toch weer heel blij mee.”

Nu zijn er wel meer klassieke evenementen in de polder, zoals ‘Travelling in Baroque’, het festival van het Apollo Ensemble… 
“O zeker, maar dat is een festival en die ambitie hebben wij totaal niet. Wij zijn geen concurrent, want wij willen de concerten verspreiden over het seizoen: daar heb je die spreidingslogica weer. We brengen sowieso acht concerten, maar daar bovenop komt nog eens een Kerstconcert in het kerkgebouw Goede Rede in Almere. Jarenlang is daar een Kerstconcert geweest met klassieke muziek, en dat was altijd een groot succes. Maar twee jaar geleden is men daarmee gestopt. Waarom? Dat weet ik eigenlijk niet; wel dat veel mensen erg jammer vonden. Dus hebben wij tegelijk die oude traditie ook maar weer nieuw leven ingeblazen.”

Zie ook www.nieuwlandoudemuziek.nl


i.o.v. Luister 709, september 2015

'Mijn Stad': Sytse Buwalda over Zwolle


Countertenor Sytse Buwalda (49) verhuisde in 2006 naar Zwolle. 
Naast zijn zangcarrière is hij sinds 2013 initiatiefnemer en programmeur van de Zwolse Muziekkamer. 

door Margaretha Coornstra

Hoe raakte je in Zwolle verzeild?
“In 2005 werd ik 2005 voor een productie van Schatkameropera. Op dat moment woonde ik nog in Duitsland, maar ik overwoog al om weer naar Nederland te verhuizen. Wat daarbij meespeelde was dat mijn ouders langzamerhand op leeftijd kwamen en ik dichterbij hen wilde wonen. Ik was uit mezelf nooit op het idee van Zwolle als woonplaats gekomen, maar toen ik rondkeek, dacht ik: ‘Goh, leuke stad!’ Nu werd die operavoorstelling gerepeteerd en uitgevoerd in het Stedelijk Museum, waarvan Aranka Wijnbeek destijds conservator was. Via Aranka heb ik ook mijn huidige woning ontdekt.”

Wat geeft jou het echte Zwolle-gevoel?
“Dat je, zodra je met mensen praat, het idee krijgt dat je eigenlijk in een dorp woont. Een dorpse mentaliteit.”

Moeten we dat opvatten als compliment?
“O ja, zeker! Ik ben zelf geboren en getogen in een dorp, Zuiderwoude in Noord-Holland. Mijn vader was daar ‘bovenmeester’ en ik ben in mijn hart altijd een dorpsmens gebleven. In grote drukke steden voel ik me niet thuis.”

Wat mag nooit uit Zwolle verdwijnen?
“De cultuur. Ik vind dat Zwolle een mooi cultuuraanbod heeft. We hebben een conservatorium, gezelschappen als Kameroperahuis en Schatkameropera, musea als De Fundatie en het Stedelijk, de Verhalenboot, twee prachtige theaters met een interessante programmering… En dan zijn er nog de kleinere podia, zoals de Doopsgezinde Kerk of mijn eigen Zwolse Muziekkamer, haha! Maar vergeet ook niet de festivals, zoals het Stadsfestival en het Internationaal Gitaar Festival… Nee echt, er gebeuren hier mooie dingen.”

Fijnste akoestiek voor een zanger?
“Ik zing graag in de Doopsgezinde Kerk, al is daar eigenlijk nét iets te veel galm… De bonbonnière in Odeon is prachtig, maar daar klinkt het weer een beetje te droog. Moet ik een keuze maken? Dan ga ik voor de Dominicanenkerk. In De Spiegel heb ik nog nooit gezongen, maar ik denk wel telkens als ik er zit: ‘Wat is dit eigenlijk een mooie zaal!’”
 

Wat mag per direct verdwijnen?
“Dat afgrijselijke winkelcentrum uit de jaren zestig, tegenover de Broerenkerk, waar nu V&D zit! Daar schijnt een heel mooie kerk te hebben gestaan, de Sint Michaëlskerk. Die hebben ze nota bene afgebroken voor die stijlloze, naargeestige betonblokken.”

Favoriet restaurant?
“Nou, ik ga eigenlijk zelden uit eten. Maar soms neem ik een paar vrienden mee naar BaiYok, aan de Diezerpoortenplas. Een fantastisch Thais restaurant.”

Mooiste wandeling?
“Ik ben ’s ochtends vaak vroeg wakker. Dan maak ik voor het ontbijt graag een stevige wandeling langs de Agnietenberg en de Agnietenplas en dan via het dijkje terug. Dat is ongeveer zes kilometer.”

Welke winkel kun je niet voorbijlopen? 
“Tja, ik ben een kringloper pur sang. Kringloopwinkels en antiekhandels, daar snuffel ik graag rond. Nu vind je in Zwolle nauwelijks antiquairs, maar we hebben wel zaken als de Stichting Kringloop, Harry’s Kringloophal, Hebbus of MijnTafel.”

Meest bijzondere plek?
“Het Stedelijk Museum natuurlijk…! Want daar is het allemaal begonnen.”


(de Stentor, 5-11-2015)

dinsdag 3 november 2015

Een Nieuw Begin: veganisme

"Ik ben nu een deel van de oplossing, niet van het probleem"


Chantal Dute (25) doet aan hardlopen en krachttraining. Sinds anderhalf jaar leeft ze volledig veganistisch. En dat blijkt makkelijker dan ze dacht.

 door Margaretha Coornstra

“Vorig jaar besloot ik om veganist te worden. Ik was toen al vijf jaar vegetariër. Maar ik dacht nog altijd: ‘Veganisme lijkt me zo’n gedoe, wat kun je dan nog wél eten?’ Tot een filmpje op Facebook de doorslag gaf. Ik zag opeens hoe inefficiënt het is: eerst graan en soja aan dieren voeren zodat daar uiteindelijk een product voor de mens uitkomt, namelijk vlees en zuivel. Waarom halen we het dier niet uit de voedselketen en laten we de granen direct bij de mens terechtkomen? Daarnaast woog een enkel moment van smaakplezier voor mij niet meer op tegen het dierenleed. Denk aan koeien die jaarlijks opnieuw geïnsemineerd worden en hun kalfjes niet bij zich mogen houden.

Er zijn veel misverstanden over veganisme. Zo denken mensen vaak dat veganistisch eten veel duurder zou zijn. Nou, ik doe mijn boodschappen in de gewone supermarkt. Alleen heel soms ga ik naar een biowinkel. Nog een misverstand zie ik vooral in sportkringen. Zelf doe ik aan hardlopen en krachttraining. Bij veel sporters leeft nog steeds het idee dat je geen spiermassa kunt opbouwen zonder dierlijke eiwitten. Toch ben ik pas met zware krachttraining begonnen nadát ik veganist was geworden, en het gaat prima!

Voor mij betekent het veganisme een ommekeer. Vroeger gooide ik gedachteloos mijn winkelmandje vol. Nu bestudeer ik de etiketten en vraag ik me af welke wasmiddelen op dieren zijn getest. Mijn ogen zijn geopend, de blinde vlek is verdwenen. Dat is soms wel moeilijk in een wereld waarin het normaal is om dieren te exploiteren, te doden en te gebruiken. De meeste mensen kijken weg of praten het goed.

Maar belangrijker zijn de voordelen. Ik ben nu een deel van de oplossing, niet van het probleem. Door plantaardig te eten red je dierenlevens én de planeet; denk aan de wereldvoedselverdeling en de opwarming van de aarde. 
Twee fijne bijkomstigheden: ik voel me veel fitter en ik heb beter leren koken en bakken. Veganisme dwingt je creatief te zijn. Ik heb nog nooit zo lekker en veelzijdig gegeten als nu! Oké, ik kan geen brownies van de bakker meer eten. Maar voor mijn zelfgemaakte brownies heeft geen dier hoeven lijden en dat voelt goed.
En verder heb ik veel leuke en lieve mensen leren kennen binnen de vegan community. Mensen met compassie. Een verademing in een wereld waarin de meesten vooral aan zichzelf denken. Ja, de keuze voor veganisme is één van de beste die ik ooit heb gemaakt.”

De Stentor, katern Hart & Ziel, 03-11-2015

'Een nieuw begin': een vierde baby én debuut als opa

Gert Toorn (47) is in juni 2015 hertrouwd en verhuisd. Onlangs werd hij voor de vierde keer vader (van Pepijn) én maakte hij zijn debuut als opa (van Naomi).

door Margaretha Coornstra

“Rond Kerst 2014 vertelden mijn zoon en schoondochter ons dat ze papa en mama zouden worden. Op dat moment wisten Alie en ik al wij ook een kleine zouden krijgen. Maar ja – dan wil je hún moment niet meteen ondersneeuwen hè? Dus we hebben een paar dagen gewacht voordat we het hun vertelden. Ja, ze sloegen eerst wel steil achterover. Maar vervolgens hebben Alie en mijn schoondochter samen gezellig ervaringen uitgewisseld tijdens de zwangerschap.
 

Nu hadden Alie en ik ieder al drie kinderen. Dus nu hebben we er samen zeven. We zijn ook pas hierheen verhuisd. Dit huis dateert uit 1910 en we hebben het zelf helemaal verbouwd. In juni zijn we getrouwd en hier komen wonen. Op 31 juli werd mijn kleindochter Naomi geboren. En iets meer dan een week later kwam onze Pepijn, op 8 augustus. Dus Pepijn is hier in ons nieuwe huis ter wereld gekomen, dat was mooi. En Pepijn is officieel de oom van Naomi, hoewel hij een week jonger is, haha! Wel een bijzonder idee, hè?
Mijn oudste zoon is nu voor het eerst vader. Hij en ik kletsen samen over de baby’s, we sturen fotootjes heen en weer, alles. Echt heel leuk. 
Zelf ervaar ik wel een enorm verschil in beleving van zo’n ‘tweede leg’. Kijk, zelf werd ik op mijn twintigste voor het eerst vader. En dat was natuurlijk mooi. Begrijp me goed: het wonder van de geboorte, dat was voor mij bij elk kind even mooi! Maar als jonge ouder wórd je als het ware geleefd. Dan durf je niet zo makkelijk je mond open te doen als de kraamvisite uren blijft plakken. Nu zeg ik gewoon: “Dan-en-dan schikt het ons, van drie tot vier uur zijn jullie welkom!” Punt. Ik kan nu zelf ook veel beter mijn tijd indelen. Toen mijn andere kinderen klein waren, werkte ik nog in loondienst als kapper. Nu heb ik mijn eigen kapsalon. Dus ik neem op woensdagmorgen gewoon vrij. Bijvoorbeeld om met Pepijn naar het consultatiebureau te gaan.
 

Het mooie van het grootvaderschap? Nou ja, ten eerste dat kleinkind, hè? Kijk haar daar nou zitten, Naomi…! Maar ten tweede is het geweldig om als vader je eigen kind zó gelukkig te zien. En zo zorgzaam en verantwoordelijk. Dat ontroert me, dat vervult me met trots. 
Ja, 47 lijkt tamelijk oud om opnieuw vader te worden. Maar daar heb ik totaal geen moeite mee! Ik ga straks als vijftiger ook met alle plezier tussen de jonge ouders op het schoolplein staan. Waarom niet?”

(de Stentor, katern Hart&Ziel, 27-10-2015)