vrijdag 29 januari 2016

De kerstgedachte van Marietta Petkova

De website van Marietta Petkova toont een volle agenda. Ze is dan ook een vrouw met een missie: “Ik beschouw het als mijn opdracht om iets van licht en schoonheid verspreiden.” Het afgelopen seizoen speelde ze vooral preludes van Bach, Skrjabin en Chopin, die in 2016 op cd verschijnen.


Tekst: Margaretha Coornstra

Het is alweer zo’n twintig jaar geleden dat ik Marietta Petkova voor het eerst live hoorde. In het bovenzaaltje, meer een soort zolder eigenlijk, van de zogeheten Franse School in het IJsselstadje Hattem. Ze was daar te elfder ure ingevlogen om altviolist Matthias Maurer te begeleiden.
Wonderlijk genoeg weet Marietta Petkova meteen op welke avond ik doel: “O ja, dat was waarschijnlijk in 1994, dat programma met Sjostakowitsj! Ik moest invallen voor Rian de Waal en binnen vier dagen een heel programma instuderen. Erg spannend, ik was toen ook nog zoveel jonger… Maar gelukkig heeft het goed uitgepakt. Nog altijd onderhoud ik een warm contact met die kunstkring in Hattem, ik heb er vorig jaar nog g
espeeld.”

In 1990 kwam je naar Nederland. Intussen woont je hier alweer vijfentwintig jaar. Is Nederland een tweede vaderland geworden?
“Nederland is mijn thuís. Bulgarije is mijn vaderland. Beiden zijn heel belangrijk. Als ik in mijn geboortestad Roese kom, ervaar ik dingen die ik hier niet vind… Wat voor dingen? Dat is nou juist zo moeilijk te omschrijven. De wereld begint zo op elkaar te lijken, in materiële zin. Ik bedoel de details die daar bovenuit stijgen. Een boom van vroeger terugzien en die stam voelen. Door de straatjes uit mijn kinderjaren lopen. Of langs de Donau, en langs oude gebouwen met die decoraties van vóór het Sovjettijdperk. Ergens een oud vrouwtje ontmoeten en weten: ‘Oh, zij ís er ook nog steeds…!’ Of water drinken bij het straatfonteintje… Weet je, er hangt een speciale sfeer in Roese. Het is een bruisende stad, waar van oudsher verschillende culturen elkaar ontmoetten en waar veel voor het eerst gebeurde. De schrijver Elias Canetti is er ook geboren en hij zei: ‘Alles wat ik in mijn leven heb ervaren was daar al in een notendop aanwezig.’ Nog steeds merk je daar een bepaald aristocratisch élan in de concertzaal of in de opera…”

Aristocratisch?

“Ja, niet in uiterlijke zin, maar van binnenuit. Los van opleiding of status. Ook mensen die het niet breed hebben komen daar graag. Je voelt hoe dorstig iedereen is naar schoonheid. De muziek wordt zo dankbaar en met piëteit ontvangen, dat hóór je gewoon aan hun applaus…! De bevolking staat open voor kunst en voor nieuwe dingen. Na alles wat die mensen hebben meegemaakt − de oorlogen, het Sovjetregime − is bij hen toch iets intact gebleven wat niet onderhevig is aan welvaart of scholing. Daar heb ik grote bewondering voor.”

Hoe zag Kerst in Bulgarije eruit? 
“Tja, in mijn jeugd was het kerstfeest in Bulgarije niet toegelaten. Nieuwjaar was wel een officieel winterfeest. Maar wie uitdrukking gaf aan religieuze gevoelens, kon daarvoor worden vervolgd. Dus Kerst stond niet eens op de kalender, máár…’ – ze lacht – ‘tegelijk werd nergens ter wereld in ieder huis zó intens Kerst gevierd als juist daar! Ik herinner me vooral de avondmaaltijd met de familie. Mijn oma maakte dan zeven kleine, verfijnde gerechtjes. Zonder vlees, heel mooi verpakt in wijnbladeren. Er stonden ook schaaltjes met noten en vruchten. Elk gerechtje had een symbolische betekenis. En dan staken we kaarsen aan en zaten we als familie samen rondom de tafel te zingen. Die herinnering heeft zo’n stempel achtergelaten op mijn ziel…! De geur van de kerstboom. De kleuren in het halfdonker: amber, oker; het goudbruin van de noten, de diepe barnsteenkleur van een peer – die mengeling van tinten is voor mij de kleur van het leven zelf geworden. Het is trouwens ook traditie dat je in de kerstnacht de tafel niet afruimt. Als teken van gastvrijheid? Misschien, maar ik denk dat het vooral te maken heeft met eerbiedige waakzaamheid, met aandacht. De rust daalt neer, maar er valt geen duisternis.”
 

Zet je die traditie zelf ook voort?
“O ja. Mijn moeder komt straks over uit Roese, ze brengt altijd bij mij de kersttijd door. Maar ook in bredere zin zet ik die traditie voort. Het samenzijn, samen delen, is voor mij bijzonder gebleven. Of het nu een maaltijd is of een moment van rust. Bijvoorbeeld als iemand de tijd neemt om een kop koffie met je te drinken. Even helemaal uit je vaste stramien zijn, persoonlijke aandacht van elkaar krijgen… Dat is niet vanzelfsprekend. Alles is zo hectisch. Daarom hecht ik extra waarde aan zulke momenten.”

Je agenda staat vol recitals. Zijn er plannen voor een nieuwe cd?
“In 2002 heb ik integraal alle Préludes van Rachmaninov live opgenomen, in de Salle Paderewski in Lausanne. Maar sindsdien is mijn liefde voor de prelude als vorm niet gedoofd. In afgelopen seizoen heb ik Préludes van Chopin en van Skrjabin uitgevoerd. En het ziet ernaar uit dat in 2016 een droom in vervulling gaat. Op 20 mei speel ik in Lausanne een drieluik: ‘Sechs kleine Präludien’ van Bach, de Preludes opus 11 van Skrjabin en 24 Préludes opus 28 van Chopin.” Lachend: “Nou, en daar zetten we dan microfoons bij en dan wordt het hopelijk een mooie avond…!”
De live registratie in Lausanne komt naderhand uit bij Bloomline, vertelt ze: “Geen label in de gangbare zin, maar een netwerk van musici. Het principe is dat je als artiest alle vrijheid en regie behoudt. Over de interpretatie, maar ook over de repertoirekeuze en de structuur.”

Ooit zei je in een interview: “In mijn hart heb ik me altijd een rebel gevoeld.” Je keuze voor een organisatie als Bloomline getuigt van behoefte aan vrijheid en controle over je eigen leven en werk. Heeft dit te maken met je jeugd onder het Sovjetregime? 
“Ja zeker! Die behoefte aan vrijheid speelt een dagelijkse rol in mijn werk als musicus, in de keuzes die ik maak. Ik wil afstand houden van een wereld die je dwingt om voor zekerheden te kiezen, om te pleasen. Omdat ik weet dat die wereld niet mijn voedingsbodem is. En dat komt waarschijnlijk voort uit mijn Sovjetjeugd, met de grauwe cultuur en opgelegde beperkingen… Je moest je aanpassen aan de massa, zorgen dat je met Kerst of Pasen niet in de kerk werd gezien. De muren hadden oren: elke tweede of derde persoon die je tegenkwam kon je verrader zijn. Dus enerzijds was er zoveel duisternis, maar anderzijds ook zoveel lichtpunten: mensen die een baken waren, die hun best deden om het licht te verspreiden…!”

Ze benadrukt hoe ze zelf het geluk had om als zevenjarige in aanraking te komen met twee bijzondere vrouwen: een pianolerares en een lerares Frans, die haar inwijdden in verschillende kunstvormen.  
“Zo las ik bijvoorbeeld boeken van Antoine de Saint-Exupéry en leerde ik Italiaans. Want hoe meer restrictie, des te sterker het verlangen en des te groter de ontvankelijkheid. Op mijn beurt voel ik nu een missie om ook iets van dat licht te verspreiden. Via de muziek, of gewoon door simpele dingetjes. Even iets bij iemand langsbrengen, even een dierbare opbellen: ‘Hoe gaat het met je?’ Of, een recent voorbeeld: poseren voor een vriendin van mij, een beeldend kunstenares. Ze werkt aan een opdracht voor een vervolgopleiding in Florence. Daarvoor wil ze graag schetsen van mij maken terwijl ik piano speel, zodat ze alle bewegingen en houdingen kan bestuderen. Voor mij is dat een geringe moeite en voor haar carrière is het belangrijk. Zie je, al is het nog zo weinig: wanneer ik iets voor een ander kan betekenen, dan voel ik me daar rijk bij.”


Pianist, 20 november 2015

donderdag 28 januari 2016

Het leed dat feestdagen heet



Oliebollen, champagne en glunderende gezichten: zo ziet een huiselijke jaarwisseling eruit. Althans volgens reclamefolders. Maar sociaalpsychologe Roos Vonk legt uit hoe juist zo’n ideaalbeeld ervoor zorgt dat velen het glunderen vergaat.

door Margaretha Coornstra

‘Oudejaarsavond’: het woord heeft een wat nostalgische, huiselijke bijklank. Samen rondom de schaal oliebollen terugblikken en vooruitzien. Samen lachen om de oudejaarsconférence. Om dan, zodra de klok twaalf heeft geslagen, elkaar ontroerd in de armen te vallen. Een avond, kortom, waarop je samen wilt zijn met mensen bij wie je je op je gemak voelt.

Maar in de praktijk lukt dat niet altijd, zegt sociaalpsychologe Roos Vonk. Zo torsen veel stellen de loodzware plicht om elke jaarwisseling met de (schoon)ouders door te brengen. Vonk: “En dat is toch vooral een kwestie tussen beide partners. Wil je die sleur doorbreken, zorg dan dat je partner aan jouw kant staat, anders heb je geen schijn van kans!” 
Helaas houden met name mannen zich er liever buiten, weet ze. “En ach, misschien kun je ook denken: er zijn dingen in het leven die er nu eenmaal bij horen. Beperkt zo’n verplichting zich tot oudejaarsavond en heb je het de overige 364 dagen hartstikke leuk samen… tja, misschien moet je het dan maar laten rusten.”

En die trouwe vrienden, met wie je al sinds mensenheugenis de laatste nacht van het jaar doorbrengt? Terwijl je stiekem weleens iets anders wilt? 
“Dan lijkt een smoes de enige oplossing: ‘Jammer, ’s avonds kunnen we niet, maar zullen we op nieuwjaarsdag ergens gaan eten?’ Zo bied je gelijk een alternatief. En als het lukt, kun je een jaar later zeggen: ‘Wat was dat toen leuk, hè? Zullen we het straks weer zo doen?’”

Maar ook zonder zulke dilemma’s blijkt soms een hele toer om in de gewenste oudejaarsmodus te komen. Je wilt harmonie en gezelligheid, alleen: waar vind je die? 
Roos Vonk herinnert zich dit gevoel uit haar studententijd. “Aanvankelijk waren mijn relaties nog niet stabiel genoeg om samen de feestdagen bij familie te vieren. Want dat geldt in veel beginnende relaties toch als een soort mijlpaal. Maar mijn partner ging zonder mij naar zijn ouders en ik liep dus met m’n ziel onder de arm. In zo’n situatie helpt het als je het gezelschap van leuke vrienden opzoekt.” 
Die soms wél hun geliefde bij zich hebben...
“Dat is waar. En als de klok twaalf uur slaat, komt dat innige moment waarop stelletjes elkaar diep in de ogen kijken. Dan kun je je als single alsnog verloren voelen. Wat wel goed werkt, is dat alle aanwezigen gezellig iederéén knuffelen, zodat niemand buitengesloten wordt.”

Maar in feite maken we het onszelf onnodig moeilijk door de enorme waarde die we aan de jaarwisseling toekennen, benadrukt Vonk. “Dat idee: ‘dit is een speciaal moment, nu móet het gezellig worden’ maakt het heel beladen, wat de spontaniteit niet ten goede komt. Terwijl je zo’n oudejaarsavond ook kunt beschouwen als elke willekeurige andere avond. Heb je geen zin in verplichtingen? Blijf lekker thuis! Er is van alles op tv en anders pak je een goed boek. Alleen: om middernacht krijg je wel dat vuurwerk. Daar is niet iedereen enthousiast over, maar daar moet je dan even doorheen.”

Dit klinkt simpel. Toch schieten in december de suïcidecijfers omhoog. Niet alleen door de donkere dagen, maar ook door een versterkt besef van eenzaamheid.
Vonk: “Dat ligt dus mede aan de lading die we aan de feestdagen geven. En die wordt ons weer opgelegd vanuit de maatschappij. De media vertellen voortdurend dat oudejaarsavond iets voor familie en vrienden is. Je ziet hoe stellen juist rond die tijd ruzie krijgen – vanwege de plicht tot samenzijn en de schoonfamilie enzovoort − om dan in januari uit elkaar te gaan.”

Vanuit haar huiskamer observeert Roos Vonk soms ongewild het leed dat feestdagen heet. “Ik woon in een natuurgebied waar veel wandelaars komen. En op kerst- en nieuwjaarsmiddagen zie ik die gezinnen voorbij sjokken, met gezichten als een oorwurm. Want ja, deze periode staat nou eenmaal in het teken van ‘gezellig samen’. Dus, als troost voor wie niet bij ‘gezellig samen’ hoort: bedenk dat die kerstwandelingen en oudejaarsavonden niet allemaal gezellig zíjn!”

Desondanks wil ze het eenzaamheidsprobleem niet bagatelliseren. “Door de bezuinigingen zijn veel mensen, die eerst in een verzorgingshuis woonden, weer thuis komen wonen. En in zo’n verzorgingshuis wordt in december van alles georganiseerd, maar thuis moeten ze zich maar zien te vermaken. Een tip voor buren en familie: het kan al verschil maken als je op oudejaarsavond even een oliebol komt langsbrengen. Je hoeft niet lang te blijven, maar zo laat je merken dat je aan iemand denkt.”

En de eeuwige domper van mislukte goede voornemens?
“Daarover heb ik uitgebreid geschreven in mijn boek ‘Je bent wat je doet’ (Maven Publishing, 2015 - MC). Kijk, wanneer je je gedrag wilt veranderen, moet je focussen op dat gedrag, niet op een vage wens. Stel dat je zegt: ‘Ik wil gezonder leven’, wat ga je dan precies doen? Oudejaarsavond kan een geschikte gelegenheid zijn om ideeën te inventariseren, ook in gezelschap. Wissel voornemens uit en vraag elkaar hoe je het gaat aanpakken. Met iemand die meer wil bewegen, kun je afspreken: ‘Mooi, dan gaan wij woensdag samen hardlopen’. Maak meteen concrete plannen, dan vergroot je gigantisch de kans dat je jouw voornemen in actie omzet. En dan wordt het ook waarschijnlijker dat je in het nieuwe jaar toch bereikt wat je wilt.”

(de Stentor, 30/12 2015)

In de schaduw van de bossen

Stockfoto Pixabay

Arianne Spaan en Arjan Roskam verruilden hun appartementje in centrum Nunspeet voor een ruime eengezinswoning in een groene buitenwijk. Bewust kozen het stel voor vrijheid en rust.


Door Margaretha Coornstra

‘Wat een prachtig parkje!’ is je eerste gedachte zodra je voor Leopoldlaan 38 staat. Orde en symmetrie kenmerken de diepe voortuin: fraai geplaveide paden, welgevormde beukenhaagjes. De woning ligt in een boomrijke buitenwijk, op een steenworp afstand van de Veluwse dennenbossen en de Zandenplas.
Arianne Spaan en Arjan Roskam zijn in hetzelfde jaar geboren (“We zijn zelfs twee dagen na elkaar jarig”) en groeiden op in de omgeving van respectievelijk ’t Harde en Doornspijk. “Allebei in het buitengebied, hemelsbreed misschien een paar honderd meter van elkaars ouderlijk huis,” schat Arjan. Hun voorliefde voor een landelijke omgeving stamt uit hun jeugd. Arianne: “We woonden zo lekker vrij, tussen de velden. Als kind speelden we ook vaak in het bos.”

Toch hebben ze geruime tijd een klein appartement in hartje Nunspeet bewoond, vertelt ze:  “Ik woonde daar al, toen Arjan vier jaar geleden bij mij introk.” Nu was dit een huurwoning, en beiden wisten het zeker: hun eigen huis zou dichtbij de bossen moeten staan, zoals ze dat van kinds af gewend waren. “En we wilden geen al te modern huis,” zegt Arianne. “Geen strakke lijnen,” vult Arjan aan.
Arianne: “Eerst hadden we ons oog laten vallen op een andere woning en een bod gedaan. Maar toen kwam het telefoontje dat we nummer twee waren, dus dat ging aan onze neus voorbij.”

Dan maar eerst eens rustig op vakantie, besloot het stel. Eenmaal weer thuis kreeg Arianne een telefonische melding van makelaardij Kok-Heijkamp: Leopoldlaan 38 was vrijgekomen. “En dat bleek bij nader inzien een nog betere optie dan dat vorige huis.”
Nee, ze zeggen liever niet hoeveel ze voor deze woning hebben betaald. Arianne: “Dat vind ik iets te privé, zelfs onze vrienden weten dat niet.” Arjan, lachend: “Maar je kon bieden vanaf 249.000 euro en binnen een week waren we eigenaar. Daaruit kunnen de lezers vast wel íets opmaken.”

Verbouwingen waren niet nodig; de vorige bewoners hadden al het nodige gedaan. Hun keuze van plavuizen en tegels bleek bovendien prima aan te sluiten bij de smaak van Arianne en Arjan: “Het huis was helemaal instapklaar, we hoefden alleen maar te schilderen.”
De eerste verdieping telt drie slaapkamers; een nokverhoging met dakkapel biedt ruimte aan een vierde kamer. Doordat de benedenverdieping naar achteren is uitgebouwd, ontstond een ouderwetse kamer ‘en suite’, met een dubbele deuren naar de eetkamer. “Vooral zulke openslaande deuren, met die roedegedeelde ruiten, heb ik altijd zo mooi gevonden,” wijst Arianne.

Hun interieur, met groene en bruine tinten en veel brocante, ademt een cottage-achtige sfeer. Die wordt nog sterker als Arjan een paar blokken hout in de kachel gooit, waarna zich al gauw een behaaglijke warmte verspreidt. “De centrale verwarming hebben we eigenlijk alleen aan als we niet thuis zijn,” zegt Arianne. Verder stoken we zoveel mogelijk op hout.” En hout hebben ze voorlopig nog genoeg, zo leert een blik in de eveneens diepe achtertuin. Ook hier keurige palmheggetjes en terrasjes, met op de erfscheiding een hoge coniferenhaag die de privacy bewaakt.

Zijn Arjan en Arianne dan geen enkel probleem tegengekomen? Ze kijken elkaar aan en halen de schouders op. “Nou, in het centrum zaten we wel dichter bij de winkels,” constateert Arianne. “Nu moeten we de auto pakken om boodschappen te doen. Maar ja, als ik dan zie wat we ervoor terugkrijgen…!”
En, toegegeven: ze schrokken ook even van alle bladeren die van de beukenhaag vielen. “Maar,” zegt Arjan, “dat is geen probléém. Die hebben we gewoon opgeveegd. Met de bezem, ja. Wij zijn niet zo van de bladblazers.”
Arianne: “We zijn pas vijf maanden geleden verhuisd, maar het voelt net alsof we hier al jaren wonen. We zijn hier echt helemaal thuis.”



Even voorstellen
Arianne Spaan en Arjan Roskam (beiden 24) vormen nu vijf jaar een stel. Arianne werkt als junior category manager bij BeCe Nunspeet, een bedrijf dat rolgordijnen maakt.  Arjan is supervisor bezorger bij Stella Elektrische Fietsen, eveneens in Nunspeet.




de Stentor, & katern, 15 januari 2016